In deze nieuwe van de Duplass-broers laten ze hun acteurs mogelijk wat minder improviseren dan in hun eerdere films (The Puffy Chair, Cyrus), maar herken je wel hun oprechte realisme. Daarnaast voegen ze nu een vleugje ‘magie’ toe, dat cynici als blowers- of hippiewijsheid zullen afdoen, maar door hun scherpte (in zowel dialogen als verhaallijn) raakten ze me wederom behoorlijk.
Hun mumblecore-achtergrond geeft de film ’n extra realimse, en in combinatie met bescheiden locaties krijgt ’t verhaal juist een universeler karakter…

Herkenbaar
Jason Segel speelt de voorlopig beste rol uit z’n leven als de Jeff uit de titel. Hij is zo’n niet-op-willen-groeiende blanke heteroseksuele man die je veel in Judd Apatow-films tegenkomt, maar hier zet hij ‘m verrassend ‘breed’ neer. Hij is zelfbewust genoeg om bovenstaande cynici een weerwoord te geven, iets wat hij in een mooie scène met broer Pat (Ed – Cedar Rapids, The Hangover – Helms) ook met verve doet. Jeffs gekozen onvolwassenheid is net zo goed ’n statement, omdat er in onze maatschappij geen ruimte meer is voor eerdergenoemde ‘magie’. En als ik heel eerlijk ben voel ik genoeg connectie met Jeff, buiten ’t bij m’n moeder in de kelder wonen en de hele dag aan ’n waterpijp lurken dan.

Idioot of niet?
Jeff gelooft namelijk heilig in ’t feit dat je leven mooier wordt als je bepaalde tekens en onverwachte momenten aangrijpt om ’t leven avontuurlijker te maken. Hij is ook een groot fan van M. Night Shyamalans Signs (en ergens lijkt Jeff, Who Lives at Home ook wel wat op Unbreakable), en met z’n uitleg over Signs kan ik net zo goed meegaan als dat ik ‘m belachelijk zou kunnen maken. Maar zoals regisseur Mark Duplass ’t in een interview zelf zei: “What makes Jeff special to us is that he’s looking and he can see beauty and magic and mystery inside a package of doughnuts at 7-Eleven. And we have lost that, somehow. And while that is ridiculous and Jeff is kind of an idiot, maybe he’s not.

Acteergeweld
Pat is de ogenschijnlijk succesvolle broer van Jeff. Z’n rol als de ‘verstandige volwassene’ en z’n onafhankelijkheid wordt aardig hard onderuitgeschopt, vooral vanwege z’n onbewuste bekrompenheid. Hij zit namelijk vast in ’n moeilijk huwelijk waar hij zelf grotendeels debet aan is. Helms speelt eindelijk eens ’n ander type dan je van ‘m gewend bent. Pat is eigenlijk gewoon zó ‘gewoon’ dat hij volledig onbewust een klootzak is geworden die het allemaal wel even weet, wat ’t duidelijkste wordt in een heftige scène aan ’t eind van de tweede acte met Judy – The Descendants – Greer, die z’n vrouw speelt. Daarnaast vond ik het erg gaaf om Susan Sarandon weer eens echt te zien schitteren als hun moeder, die natuurlijk ook wel wat problemen heeft…

Ik vind het erg knap hoe de Duplass-broers zo’n ‘rijk’ verhaal weten te maken van iets dat toch al aardig uitgekauwd leek. Ze gebruiken de ervaring van hun vorige films ook goed. Zo ging The Puffy Chair ook al over de moeilijke relatie tussen twee broers, terwijl in Cyrus Jonah Hill ongemakkelijk en wat creapy lang bij z’n moeder Marisa Tomei bleef wonen, en daarmee de pogingen van John C. Reilly’s karakter om z’n moeder te veroveren een stuk lastiger maakte.

In Jeff, Who… hangt dezelfde sfeer, maar net als bij hun andere films zijn de dialogen wederom veel scherper en doordachter dan in hun meer Hollywood-achtige Apatow-counterparts, en dat houdt de Duplass-broers erg interessant. Achter hun slacker-achtige karakters en manier van filmmaken zit wel degelijk meer, maar daarvoor moet je je in deze film wel los kunnen maken van vooroordelen die je over zo’n niet-volwassen volwassene kunt hebben. Vooroordelen die uit ’n nog altijd vrijwel allesoverheersende rationaliteit in onze maatschappij voortkomen; een rationaliteit die mijns inziens overigens bijna religieuze vormen heeft aangenomen.
Of klink ik nu iets teveel als Jeff..? 😉

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1588334

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie