Voor de echte filmfans hoef ik natuurlijk niets meer te doen dan naar de poster te verwijzen, want die ouwe Robert Smith/Keith Richards/Michael Jackson/Ozzy Osbourne-lookalike is niemand minder dan Sean Penn. En dat je letterlijk na twee minuten al niet meer ziet dat het Penn is, is niet alleen een groot compliment aan de acteur zelf, maar zeker ook aan regisseur Paolo Sorrentino, die eerder al opzien baarde met Il Divo. Daarvan dacht ik ooit dat het weer een volgende maffiafilm was, waardoor ik ‘m toen om net zo onbegrijpelijke redenen heb laten liggen, maar na het zien van het ontzettend opmerkelijke This Must Be the Place ga ik die nu dus ook zeker en alsnog kijken…

Penn speelt rocklegende Cheyenne (vrij naar Siouxsie (van de Banshees)), die al zo’n twintig jaar niet meer opgetreden heeft. Hij heeft echter goed geld verdiend, want hij slijt z’n dagen in een ‘kasteel’ in de buurt van Dublin en onderneemt tripjes naar de supermarkt en het winkelcentrum, waar hij nog altijd herkend wordt. Niet zo verwonderlijk natuurlijk met zo’n uiterlijk, maar daarover later meer. Wat hij daar vooral doet is een date zoeken voor Mary (z’n grootste fan/beste vriendin/dochter???), een 16-jarige goth meid die echt alles van hem weet. Haar broer Tony is weggelopen, en Cheyenne’s liefde voor dat gezin lijkt echt oprecht. Maar waar komt die liefde vandaan? Is het puur omdat ze om die liefde vragen en hij écht een goede kerel is, of is de band misschien om een andere reden zo sterk…?

Cheyenne is al 35 jaar getrouwd met Jane (Frances – Fargo – McDormand), die niet alleen brandweervrouw is, maar Cheyenne ook vrij makkelijk verslaat als ze weer eens pelote spelen in het droogstaande zwembad. Aan alles wat Cheyenne doet zie je namelijk dat hij een geschiedenis met veel drank en vooral heroïne heeft gehad (“I snorted it, cause I’m afraid of needles.“), want hij beweegt als een fragiel opa’tje van achter in 90, terwijl hij pas ergens in de 50 is. Het is dan ook vrij opmerkelijk dat op het moment dat hij hoort dat z’n vader op z’n sterfbed in New York ligt, hij niet alleen op de boot stapt naar Amerika (hij heeft een kleine angst voor vliegen, maar een grotere angst voor de dood), maar na z’n vaders dood ook zijn levenswerk wil voltooien. Z’n vader is namelijk een Auschwitz-overlevende en hij is z’n leven lang op zoek geweest naar de commandant die hem in het kamp iets aan heeft gedaan.

En inderdaad: wat een enorme switch is dát ineens… Als ik was begonnen door te zeggen: “In deze film zie je voormalig rockster Cheyenne (Sean Penn) die met make-up en The Cure-haar door Amerika trekt op zoek naar een voormalig holocaust-kamp-commandant“, dan had je waarschijnlijk direct al gedacht: “What the friggin’ FUCK..?!??“. Ik wil niet zeggen dat je tijdens het kijken van deze film niet een paar keer die gedachte zult gaan krijgen, maar dat de film nergens uit de bocht vliegt is de grote verdienste van Penn en vooral van Sorrentino. De film is namelijk ook nog doorspekt met leuke humor, terwijl Penn z’n rol zo goed speelt dat je hem best wel eens uit wilt lachen, maar net zo goed stevig met ‘m meevoelt.

Ik voel zelf ook wel eens zo’n plaatsvervangende schaamte als ik zo’n oude rocker nog altijd in z’n leren jaquetje voorbij zie lopen, maar het is Sorrentino gelukt om te bewerstelligen wat hij zelf voelde toen hij Robert Smith van The Cure een keer backstage ontmoette: sommige mensen hebben zo’n presence dat hun voorkomen toch eerder authentiek dan ‘zielig’ is. Natuurlijk verdient Sean Penn hier gruwelijk veel complimenten voor, want hij is, bij gebrek aan een beter woord, FENOMENAAL..! Toch vraag ik me ook af hoe de film zou zijn geweest met een onbekende acteur in de hoofdrol, want een deel van m’n bewondering komt natuurlijk wel doordat ik Penn als acteur goed ken en daarom z’n transformatie extra waardeer.

Ik las in een interview dat Sorrentino het publiek helemaal geen antwoorden wil geven, maar ons meer in een staat van verwondering achter wil laten. Dat is behoorlijk tricky, maar het werkt hier wel. De vragen die de film oproept (zoals bijvoorbeeld die ik in de tweede alinea opperde) worden lang niet allemaal beantwoord, maar dat maakt de film – als het werkt, zoals hier – dus wel veel boeiender. Ik heb voor mezelf de film ook nog lang niet helemaal kunnen plaatsen, maar dat vind ik gelukkig helemaal niet (meer) erg. Ik denk dat als ie over een tijdje op Blu-ray gaat verschijnen in Nederland ik ‘m nog een keer ga kijken. Zeker om nog beter te genieten van de prachtige cinematografie, waarin misschien wel wat cliché-toeristische plaatjes van de prachtige Amerikaanse natuur worden getoond, maar dat is in dezen wel volledig functioneel. Want is de hele roadtrip van Cheyenne door de USofA, na 30 jaar afwezigheid, niet deels een toeristische reis, maar nog veel meer een zoektocht naar de man in hemzelf..?

In dat licht is de vraag van Harry Dean Stantons karakter in een wegrestaurant wel tekenend: “Are you travelling, or sightseeing?“, waarop Cheyenne in z’n kenmerkende onzekere high pitch-stem antwoordt: “I’m not really sure of the difference.” En om je nu niet het gevoel te geven dat Penn enkel een fragiele doorgesnoven en wereldvreemde weirdo speelt wil ik je nog wel iets vertellen over z’n prachtige gesprek met David Byrne (de zanger van Talking Heads speelt zichzelf; de titel van de film komt ook van een nummer van hen), of over de manier waarop hij z’n vaders levenswerk ‘afrondt’, maar dat mag je mooi zelf gaan ontdekken. Want nu ik me deze scènes weer herinner bedenk ik me vooral hoe ‘rijk’ deze film is…

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1440345

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie

Previous Post
«
Next Post
»