Misschien een wat grote uitspraak, maar The Grand Budapest Hotel is mogelijk Wes Andersons beste film tot nu toe. Het is in elk geval z’n meest ‘grootse’ film, waarin hij elementen uit zo’n beetje al z’n vorige films combineert tot een zeer vermakelijk, interessant en wederom heerlijk apart meesterwerk met een werkelijk ongelooflijke cast. Maar zoals ik bij al z’n films blijf zeggen: Anderson creëert wel een wereld die niet iedereen zal trekken. Hier is het creëren van zo’n wereld echter ook onderdeel van de thematiek, dus mogelijk dat ik deze herhaling mijnerzijds had moeten laten. Maar ik weet ook dat ik het persoonlijk zo geweldig vind om me onder te laten dompelen in Andersons wereld dat ik hier ook wel eens té enthousiast over kan zijn. Als je echter genoten hebt van Moonrise Kingdom, Fantastic Mr. FoxThe Darjeeling Limited, The Life Aquatic with Steve Zissou, Rushmore, The Royal Tenenbaums en/of Bottle Rocket, dan ga je waarschijnlijk nóg harder genieten van The Grand Budapest Hotel

Het verhaal
Dat Anderson de sfeer (maar daarmee ook de thematiek) belangrijker vindt dan het verhaal wordt mogelijk door één van de karakters zelf getoond, als hij relativerend “…and now the plot thickens” bezigt. Maar ondanks dat bevat de film maar liefst vier verhaallijnen, waarvan de eerste zéér klein was (en waarvan het ‘nut’ mij ook ontgaan is). In de tweede laag, ergens halverwege de jaren 80, vertelt een schrijver (Tom Wilkinson) over z’n bezoek aan het Grand Budapest hotel in 1968, in het fictieve communistische land Zubrovka, waar hij als jonge schrijver (Jude Law) een verhaal te horen krijgt van ene Mr. Moustafa (F. Murray Abraham), die schijnbaar ooit eigenaar van het hotel is geweest. En hoe dat zo is gekomen, dat wordt door Moustafa wederom in flashback verteld, en die vierde verhaallijn is eigenlijk de hoofdmoot van de film.

De jonge Moustafa (Tony Revolori) is namelijk maar wat blij als in hij de jaren 30 van de vorige eeuw als vluchteling met een ongedefinieerde etnische achtergrond een baan als ‘lobby boy’ krijgt in het beroemde Grand Budapest hotel. Daar wordt de scepter gezwaaid door de enigmatische Mr. Gustave (Ralph Fiennes), die net zo gluiperig als charmant blijkt te zijn. Mr. Gustave is namelijk nét iets te vriendelijk voor z’n vrouwelijk gasten, en als hij na de dood van ene Madame Céline Villeneuve Desgoffe und Taxis ineens een zeer duur schilderij erft, wordt één van haar zoons (Adrian Brody) nogal pissed. Het vervolg van het verhaal biedt naast een bijna slapstick-achtige achtervolging ook een vrij onverwachte en stevige shootout, waardoor ik bijna “actie” als genre had aangevinkt.
Maar dat zou de verkeerde verwachtingen hebben gewekt…

The Grand Budapest Hotel: Anderson gebruikt zelfs verschillende beeldformaten...

Thematiek
The Grand Budapest Hotel is aan de oppervlakte een komedie (of zelfs klucht) over het einde van het oude Europa en de opkomst van het fascisme, maar daaronder vooral een film over illusies en dat, zodra je beseft dat echt alles een illusie is, je er misschien wel het beste voor kunt kiezen om die illusie dan maar zo mooi mogelijk te maken. Van dit laatste is overigens zeker 40% een combinatie van mijn interpretatie en persoonlijke in-/aanvulling, maar dat is volgens mij wel de reden dat Anderson de geschetste sfeer belangrijker vindt dan het verhaal zelf. En net als Mr. Gustave mogelijk al niet meer paste in zíjn tijd, lijkt Anderson zich ook bewust te zijn van het feit dat hij mogelijk ook niet helemaal in onze tijd past. The Grand Budapest Hotel is dan mogelijk wel z’n grappigste film, maar misschien ook wel z’n meest melancholische, zeker omdat hij de film grotendeels als een (écht) ouderwetse Hollywood-komedie heeft vormgegeven, maar dan wel gekoppeld aan eerdergenoemde thematiek.
En op een oppervlakkiger niveau: als de neergezette sfeer zo geweldig is, who cares hoe de plot dan precies in elkaar steekt..?

Cast
Naast die geweldige sfeer bevat de film een gruwelijk grote cast. Ik weet niet of ik ooit een film met zóveel grote namen voorbij zag komen. En dan heb ik hieronder nog zeker niet iedereen getagt, want ik wil jouw eventuele feest der herkenning niet verstoren. En in die cast stelen Ralph Fiennes (in mogelijk z’n beste rol ooit?) en vooral ook de debuterende Tony Revolori (als de jonge Zero Mustafa) de show, alhoewel Adrian Brody’s rol van nietsontziende Europese aristocraat ook flink opvalt. And what about die behoorlijk scary Willem Dafoe, de onherkenbare Tilda Swinton (als madame D.) of die mooi kwetsbare Saoirse Ronan? En ook al houden veel van de hoofdkarakters wat aparte monologen, in Andersons wereld, en zeker in deze vertelling, is vrijwel alles geoorloofd…

Final credits
Over (mijn interpretatie van) de thematiek zou ik nog veel meer kunnen schrijven, maar daarover praat of discussieer ik liever dan dat ik daar zelf een monoloog over ga houden. Anderson geeft in elk geval genoeg ‘voer’ hiervoor, en die drang voelde ik bij z’n eerdere films nog niet zo heftig. Dat waren voor mij vooral prachtige situatieschetsen, maar deze ‘raakte’ me dus ook op persoonlijk interessevlak meer.
Daarnaast had ik nog over de verschillende beeldformaten kunnen praten, want Anderson gebruikt in elk tijdlijn volgens mij een ander beeldformaat (zie still hierboven: het grootste deel van het verhaal wordt in 4×3 TV-formaat getoond). En welk beeldformaat dan het beste past bij de tijd waarin Anderson zichzelf mogelijk liever had geplaatst weet ik niet, maar dat hij zo zelfbewust is dat hij weet dat zijn films mogelijk ook van een andere tijd zijn, dat maakt zijn films voor mij sowieso al veel meer dan de moeite waard…

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt2278388

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie

Previous Post
«