A Late Quartet (2012)

26 maart 2013

Films die zich in New York afspelen krijgen van mij sowieso al ’n extra credit, en als ze zich dan ook nog in het artistieke milieu van die wereldstad afspelen, dan komt daar nog ’n halve credit bij. Dat was ook één van de redenen dat ik bijvoorbeeld The Visitor ooit nóg beter vond dan ie al was.
Ik weet niet hoe belangrijk bovenstaande kanttekening is in wat ik nu ga zeggen, maar ik vond A Late Quartet dramatisch gezien vooralsnog de mooiste film van ’t jaar. Mogelijk wat klein en soapy qua verhaal, maar daardoor juist ook extra menselijk. Over (artistieke) ego’s, passies, ouder worden, relaties, gemiste kansen en nog veel meer…
En ik geef graag toe dat ik zelfs meerdere keren wat tranen over m’n wangen voelde rollen.

Het verhaal
Niet dat de film een zwaar en/of pijnlijk verhaal vertelt hoor. A Late Quartet gaat over ’n internationaal gerenommeerd strijkkwartet dat met werk van vooral Beethoven over de hele wereld optreedt. Ze delen al 25 jaar lief en leed, dus dat de persoonlijke en professionele relaties compleet door elkaar verweven zijn, dat is niet zo verwonderlijk. Als één van de leden van het kwartet echter ziek wordt zet dit de onderlinge verhoudingen zó onder druk, dat lang onderdrukte emoties, frustraties en pijntjes er op veelal ongelukkige momenten uit beginnen te komen. Dát maakte de film zo invoelbaar en mooi. Voor mij althans. En dan ben ik nog niet eens ’n uitgesproken fan van klassieke muziek…

Voor sommigen (of velen?) kunnen de emoties mogelijk wat theatraal of in elk geval minder subtiel over komen, maar omdat het een film is, en ook nog over artiesten, die sowieso mogelijk wat ‘grootser’ zijn in het uiten van hun emoties, raakte de film mij zo stevig dat m’n wens om snel weer eens naar NY te gaan nóg groter werd. Daarnaast werd m’n fantasie, om daar gewoon (voor ’n tijdje) te gaan wonen en/of werken, ook weer flink aangewakkerd, maar dat even terzijde…

Film als compositie..?
Ja, er is zeker ’n mooie vergelijking te maken tussen de film en klassieke muziek an sich. Waar het verhaal van A Late Quartet op papier mogelijk ook wat ‘kaal’ en schematisch aan kan voelen, daar gaat het ook hier om de performance van de spelers die het ‘werk’ tot leven brengen. Daarom was het natuurlijk gruwelijk fijn dat debuterend regisseur Yaron Zilberman over de klasse van acteurs als Christopher Walken, Philip Seymour Hoffman en Catherine Keener kon beschikken.
Zilberman maakte overigens eerder wel al een documentaire over ’n Joods-Weens vrouwenzwemteam in de jaren 30 van de vorige eeuw.!!?

A Late Quartet: casting-perfectie..?

Casting-perfectie…
Ik besef me eigenlijk nu pas hoe perfect de acteurs in hun rollen passen. Dat Hoffman geweldig is in z’n rol van licht gefrustreerde tweede viool die ook meer improvisatie en passie in het spel wil, dat zal geen verrassing zijn. Dat doet overigens niets af aan z’n prestatie. Catherine Keener zorgt als altvioliste voor kleur en extra lagen, iets wat ze als actrice al in zovele films deed. Christopher Walken speelt de cello, die als verbindende laag deels onder het kwartet maar er ook overheen wordt gedrapeerd, waardoor alles weer één geheel wordt. En de mij onbekende Mark Ivanir past ook like a glove in z’n rol als arrogante en uptight eerste viool. Normaliter wordt Ivanir vanwege z’n uiterlijk in Hollywood ‘makkelijk’ gecast als Oost-Europese crimineel of zo, maar hier toont ie dat ie zoveel meer kan.
Dat Imogen Poots als dochter van Hoffman-Keener de nieuwe lichting musici vertegenwoordigt ontging me bijna, omdat ik van haar engelachtige schoonheid vooral nogal kippenvel kreeg.

Final credits
Mogelijk was het maken van die documentaire wel ’n geweldige training voor Zilberman, want zijn oog voor detail komt mogelijk het beste naar voren doordat ik me echt afvroeg of Walken, Hoffman, Keener en Ivanir nu wel of niet écht speelden. Natuurlijk is dat niet zo, want de muziek werd ingespeeld door ’t beroemde Brentano strijkkwartet, maar de acteurs hebben wel degelijk les gehad om de medium shots geloofwaardig te maken. Die authenticiteit werkte dus erg goed, zeker in combinatie met de even authentieke vertolkingen, wat natuurlijk de belangrijkste reden is dat ik al die emoties ook écht voelde.
Zoals ik al zei: ik heb niet echt ’n bijzondere relatie met klassieke muziek. Zoals bij alle muziek gaat het mij om ’t gevoel dat muziek bij me oproept, waarbij ik altijd als reden dacht te kunnen geven dat dit komt doordat de artiest echt vanuit zijn of haar hart speelt. Mogelijk dat A Late Quartet mij nog duidelijker heeft gemaakt dat er nog wel meer redenen kunnen zijn, die ik mogelijk nog niet weet te verwoorden. Wat ik wel weet: ik heb Beethovens Opus 131 uit de film (uit Strijkkwartet nummer 14, voor de kenners) inmiddels wel al meerdere malen beluisterd.

Dat de musical score van de film werd gecomponeerd door niemand minder dan Angelo Badalamenti, die je mogelijk kent van z’n intensieve samenwerking met David Lynch, dat geeft de film nog meer ‘klasse’. En toen twee van de hoofdrolspelers op ’n gegeven moment naar het Metropolitan Museum gingen en letterlijk voor ’t schilderij stonden waar ik ook ooit minstens ’n kwartier gebiologeerd naar heb staan kijken, toen was het voor mij helemaal duidelijk: A Late Quartet gaat waarschijnlijk hoog eindigen in mijn persoonlijke top 25 van 2013…

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1226240

Reageer met je Facebook-account

1 Comment for this entry

  • Netty Meelen schreef:

    Uitstekend onderwerp. Erg goede acteurs. Mooi verhaal wat nog meer uitgediept had mogen worden. Hollywood-achtig einde waar ik een hekel aan heb. Er was veel te weinig muziek. Ik had veel meer van Beethovens strijkkwartet opus 131 willen horen. In de slotscène werden er brokstukken uit de diverse delen ten gehore gebracht, wat ik een zeer slechte zaak vond. Ik vind de film wel een bezoek waard. Maar ga je om Beethovens strijkkwartet, dan kom je van de koude kermis thuis.

Geef een reactie

Previous Post
«