In the Soup (1992)

26 oktober 2011

Het meest opmerkelijke aan deze film is misschien wel dat zo weinig mensen ‘m kennen. De titel en de poster hebben altijd wel ergens in m’n achterhoofd gezeten, en ik zag ‘m dus ook afgelopen maandag pas voor ’t eerst. Terwijl deze film in 1992 toch de speciale juryprijs won op het Sundance filmfestival, waar één van de andere genomineerden in die categorie ene Quentin Tarantino was met Reservoir Dogs. IMDb herkent ‘m ook niet direct (zelfs niet als je in het zoekbalkje de hele titel invult), en hij is in Nederland ook nooit op DVD uitgebracht…

In the Soup verdeelde in ’92 het publiek en de recensenten al, en de film is nog altijd ‘sterk onafhankelijk’, waarmee ik wil zeggen dat de film ook wel wat vergt van jou als kijker. Naast ’t feit dat ’t een zwart-wit film is over een struggling film maker is het vooral een authentiek onafhankelijke film. Er zijn genoeg onafhankelijke films die bewust onafhankelijk zijn (Little Miss Sunshine, Juno, I Heart Huckabees, etc., etc…), als in: die films zijn voor een deel ook gemaakt omdat de makers wisten dat er een niche-markt voor dat soort films is. Bij In the Soup voel je dat de makers deze film maakten puur vanwege hun drang en wens om een film te maken, en daarmee primair met de film bezig waren, en niet met hun potentiële publiek. Niet dat er niets te genieten valt, want vooral Seymour Cassel en Jennifer Beals schitteren in deze film. Steve Buscemi speelt z’n rol als loser wederom met verve, alhoewel ik niet altijd even gewillig was om met ‘m mee te gaan. Ik wilde ‘m ook een paar keer wakker schudden of iets in z’n gezicht schreeuwen, maar dat is misschien ook wel een compliment voor de filmmakers.

Regisseur van de film is Alexandre Rockwell, die bij mij een klein belletje deed rinkelen. Hij is namelijk één van de regisseurs van Four Rooms, dat vierluik met Tim Roth als piccolo in ’n hotel, geregisseerd door Rockwell, Robert Rodriguez, Quentin Tarantino en Allison Anders, die op bovengenoemd filmfestival bevriend raakten. Rockwell was toen trouwens al jaren getrouwd met Flashdance-ster Beals, die als Angelica in In the Soup dus niet alleen Rockwells engel speelt, maar ook één van de engelen die Adolpho Rollo tegenkomt tijdens z’n strijd om z’n hoofd boven water te houden als screenwriter/filmmaker. De film zou ook deels autobiografisch zijn, en gaat over de worstelingen die een beginnend filmmaker moet doorstaan om uiteindelijk z’n ‘stem’ te vinden. Of hij z’n stem echt ooit gevonden heeft, daar doe ik geen uitspraak over. Commercieel is Rockwell nooit doorgebroken, maar hij maakt nog wel altijd de films die hij zelf wil maken, volgens mij…

Okay, terug naar het verhaal. Adolpho zit in de financiële penarie, en besluit z’n 500 pagina’s tellend script te gaan verkopen. Wat precies het verhaal van die film is wordt niet echt duidelijk, maar dat het een samenraapsel van Dostojevski, Tarkovsky, Nietzsche, e.v.a. is, is wel duidelijk. Misschien wel onverfilmbaar, maar de vriendelijke gangsster Joe (Cassel) heeft wel zin om een film te maken en koopt het script uiteindelijk niet, maar belooft Adolpho dat hij het geld bij elkaar gaat halen om de hele film te gaan maken. Daarvoor wil Joe wel Adolpho’s vriendschap én hulp bij nogal wat criminele activiteiten, en op een gegeven moment lijkt het sprokkelen van het geld belangrijker te worden dan het maken van de film. Ondertussen laat Joe Adolpho echter ook (bewust of niet) zien dat het leven van het leven zelf misschien wel beter materiaal voor een film oplevert dan het monsterlijke script dat hij geschreven heeft met de titel Unconditional Surrender.

De titel van dat script – Onvoorwaardelijke Overgave – kun je op meerdere manieren ‘vertalen’. Zoals het volledig duiken in het volgen van je passie en droom (in dit geval het maken van film), maar ook het onvoorwaardelijk gaan leven van je leven, iets wat Adolpho aan het begin van de film mogelijk minder doet. Hij zit veel meer in z’n eigen hoofd, in z’n eigen fantasie. En misschien heeft ie Joe wel nodig om meer in het échte leven te stappen, zij het met horten en stoten.

Ik ben er nog niet helemaal uit, maar je begrijpt dat ik een film die dit soort vragen oproept altijd positiever waardeer dan simpel vermaak, ook al begrijp ik dat een moeilijk te ‘marketen’ film als deze lang niet door iedereen gewaardeerd wordt.
En daar zit natuurlijk ergens een causaal verband 😉

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt0104503

Reageer met je Facebook-account

1 Comment for this entry

  • Hm, IN THE SOUP is toch niet zó obscuur? Was destijds erg populair (als cult-film); weet ik nog goed.
    Ben zelf helemaal weg van Will Patton als 'Skippy'. Deze rol, en zijn 'Horst' in AFTER HOURS… te gek!
    Wat betreft de autobiografische vraag; wellicht is het je opgevallen: 'Alexandre Rockwell' > 'Adolpho Rollo'… A.R. 😉

    Rockwell's SOMBODY TO LOVE IS trouwens ook wel aardig (geen IN THE SOUP). Met name Harvey Keitel.

    – Fabe

Geef een reactie