Okay, ik zit me dus letterlijk af te vragen of ik wel een recensie kan schrijven die genoeg eer doet aan de subtiliteit die Mark Romanek in Never Let Me Go aan de dag weet te leggen. Alles wat ik schrijf voelt al snel als een olifant in die spreekwoordelijke winkel. Misschien is een feit dan wel het ‘veiligste’: Never Let Me Go zal aan het eind van het jaar zeker in mijn top 10 (of lager) staan.

Weet je, ik voelde een lichte reluctancy om deze film te kijken. Ik was namelijk bang dat het een nogal rustig en stijf Engels ‘kostuumachtig’ drama was. Natuurlijk had ik Romanek na One Hour Photo wel wat meer credits mogen geven, en gelukkig was m’n onwilligheid niet zo heel groot en zag ik ‘m gisteren dan toch. En de film begint dan wel als een redelijk stijf boarding school-drama, maar niet voordat je een titlecard hebt gezien die er bij mij in elk geval voor zorgde dat er direct interessante filosofische thema’s door m’n hoofd schoten. En damn, wat maakt de film de daaruit voortvloeiende ‘grootse’ verwachtingen waar.

Ik kan niet garanderen dat ik hieronder niet iets teveel zeg voor mensen die de film nog niet gezien hebben. Laat ik voor die mensen dan afsluiten door te zeggen dat deze film een MUST is voor iedereen die film serieus neemt, maar ook voor mensen met een interesse voor literatuur. De film is namelijk een verfilming van het Kazuo Ighiguro-boek met dezelfde titel, volgens TIME magazine het beste boek van het afgelopen decennium. Ik heb het boek niet gelezen, maar las net ook een aantal ongelooflijk positieve filmrecensies van mensen die het boek wél gelezen hadden. Eén ervan noemde het zelfs de best mogelijke boekverfilming, dus laat de “een film kan nooit beter of net zo goed zijn dan/als het boek”-gedachte varen, hier is het schijnbaar wel gelukt.
Maar en dus: voor mensen die 100% zeker willen zijn dat er niets gespoild wordt (en al hebben besloten deze film tóch te gaan zien): step away from the internet, sir/madam..!

Okay: Kathy, Tommy en Ruth zitten op Hailsham House, een kostschool in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Natuurlijk met de strenge regels die je bij zo’n school verwacht, maar je voelt direct al dat er iets niet helemaal ‘klopt’. De kinderen durven het terrein niet af en krijgen meer dan eens te horen hoe speciaal ze wel niet zijn. De polsbandjes die je ze af en toe ziet scannen doen al iets ‘groters’ vermoeden, en niet veel later gingen mijn gedachten dan ook kortstondig naar M. Night Shyamalans The Village, omdat ik verwachtte dat de kinderen werden opgevoed in een afgeschermde wereld waar men het kwaad trachtte buiten te houden. Maar niks daarvan: het verhaal is veel rauwer, eerlijker en uiteindelijk pijnlijker dan dat. Iets wat voor mij nogal hard duidelijk werd tijdens een speech van Miss Lucy, de voogd van de klas waarin Kathy overduidelijk verliefd is op Tommy, maar die door haar beste vriendin Ruth wordt ingepikt.

De kids zijn uitverkoren voor een belangrijk doel. En de nobiliteit van dat doel is hen zo hard ingeprent, dat hun eigen vrije wil compleet afwezig lijkt te zijn. Maar kan dat wel? Ook als je weet dat je ‘slechts’ een kloon bent?
Inderdaad: daar riep de film ook direct en wederom slechts kortstondig de gedachte aan een andere film op: Duncan Jones’ Moon. Daarin kun je je ook de volgende vragen stellen: waar zit je ziel, heeft een kloon wel een ziel, en wat is een ziel? Hoe geweldig was dan ook het gevoel dat niet veel later in me opkwam toen de inmiddels volwassen Tommy (een rol van Andrew Garfield, die je kent uit The Social Network, maar binnenkort ook als de nieuwe Spider-Man) vrijwel exact deze vragen stelde aan Kathy, gespeeld door Carey – ik word écht een grote ster – Mulligan, die je mogelijk kent uit Wall Street: Money Never Sleeps, maar hopelijk ook uit An Education, waar ze al een Oscarnominatie voor kreeg.

Natuurlijk kun je heel makkelijk de link leggen tussen de parallelle wereld waarin de drie leven en onze ‘werkelijkheid’. Hoeveel mensen verkopen – in het kader van volwassen worden? – wel niet hun spirituele ziel, net zolang totdat ze een perfect onderdeel van de grote machine zijn geworden die we “Westers kapitalisme” noemen? Hoorde ik laatst niet iemand zeggen dat socialisme en zelfs communisme leuk is, totdat je erachter komt dat het in deze wereld niet werkt, en je dus maar beter ‘rechtser’ kunt gaan denken? Maar dood je daarmee niet juist je spirituele ziel?
Ik zal verder niet ingaan op de symbiose tussen het rationele denken en het kapitalisme, waarin natuurlijk elk geloof in wat voor ziel dan ook onmogelijk of ongewenst is, maar mogelijk schiet ik dan wat uit de bocht ;).

Als je me vooraf het plot (of is het “de plot”?) van de film had verteld, dan had ik het waarschijnlijk voor onmogelijk gehouden dat Mark Romanek met dit verhaal nergens uit de bocht zou vliegen. Hij stuurt het verhaal echter met grote subtiliteit en empathie ongemerkt soepel naar de pijnlijke maar ook ‘geruststellende’ conclusie dat niet de angst voor het einde, maar de melancholie als gevolg van die eindigheid juist ook als schoonheid ervaren kan worden. En juist die eindigheid zorgt er misschien wel voor dat je beseft dat het leven zélf al je energie en aandacht verdient…
Wat een prachtige film!

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1334260

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie

Previous Post
«