Blue Moon (2025)
Geschiedenis is iets waar de mens volgens mij gemiddeld méér in geïnteresseerd raakt naarmate deze ouder wordt. Dat is in elk geval bij mij het geval, maar dat lijkt zeker ook voor één van mijn cinemahelden te gelden: Blue Moon is namelijk Richard Linklaters tweede historische film in iets meer dan een maand. Al zal deze, in tegenstelling tot Nouvelle Vague (over Godard en het maken van A Bout de Souffle), dit jaar niet mijn top 15-van-het-jaar-lijstje gaan aanvoeren, verwacht ik. Daarvoor was de impact namelijk niet groot genoeg, mogelijk deels (!) verklaard doordat ik vooraf totaal niet wist wie Lorenz/Larry Hart was. Weet je wel dat hij het titulaire nummer schreef (dat jij waarschijnlijk vooral kent in de uitvoering van Frank Sinatra), naast nog tientallen andere klassiekers, en kende je zijn leven vooraf wél al lichtelijk, dan verwacht ik dat deze heel wat meer impact maakt. Al verdient Ethan Hawke zeker alle lof voor zijn performance, want ik zag hem nog nooit beter, denk ik. Waarbij ik bijna vergeet te melden dat het maar een paar keer opvalt, dat Hawke iemand speelt die in real life bijna 30 centimeter korter was dan hij…
Het verhaal
Lorenz Hart (Hawke) kan een rijm in een nummer in de musical Oklahoma! niet aanhoren, en besluit de première van deze Richard Rodgers-Oscar Hammerstein II-productie te verlaten voor de bar beneden. Daar treft ie barman Eddie (Bobby – The Station Agent, MaXXXine – Canavale), die wel door heeft dat het Hart moet steken, dat Rodgers’ eerste musical zónder Hart waarschijnlijk Rodgers’ grootste hit zal gaan worden. Maar Hart vindt de teksten dus zo makkelijk, dat zijn arrogantie – dat hij ’t beste weet wat mensen leuk vinden – al wat pijnlijker begint aan te voelen. Iets dat niet vermindert, als je merkt hoe hard hij z’n best moet doen om zich niet direct van de wereld te drinken.
Zittend aan de bar doet Linklater waar hij een koning in is: het regisseren van veel-pratende mensen. Eddie is namelijk net zo goed een stand-in psycholoog, want dat Hart nogal wat struggelt, dat is direct duidelijk. Maar het is ook een soort zelfgekozen pijniging, want in zijn hoofd kun je het maken van grote kunst niet doen zonder je open te stellen voor álle mogelijke emoties, gevoelens en gedachtes…
Laat dat nou iets zijn waar ik al jaren met veel interesse over contempleer (ik ken makers die bijna ‘bang’ zijn voor geluk, omdat ze dan vrezen niets meer te zeggen/uiten te hebben…), en ik moet zeggen: op dat vlak zal Blue Moon zeker wel één van de interessantste films van het jaar zijn, verwacht ik (nu al). Maar ik moet daar net zo goed bij zeggen: doordat ik de beste man niet kende, had ik niet direct de neiging om me écht goed te concentreren op al z’n ramblings, want ergens voelde het ook al snel als iemand die overal wel een antwoord op of smoesje voor heeft, mogelijk om zichzelf niet écht te tonen. Iets dat ergens ook wel logisch is, gezien z’n opvallende ‘lengte’ (hij was slechts 1m50) en overduidelijk homoseksuele trekjes (het is 1943). Al doet ie dat laatste ‘af’ met “Ik zie overal schoonheid, of dat nu in mannen, vrouwen of woorden is“. Het huidige object van zijn affectie blijkt z’n protegé Elizabeth Weiland (Margaret – Sanctuary, The Substance – Qualley), die echter vooral geïnteresseerd lijkt in Harts connectie met Rodgers (Andrew – All of Us Strangers, Wake Up Dead Man – Scott). Maar kan zo’n fragiel ego dat allemaal wel aan..?

Kunst, drugs, ego en worstelingen
Het blijft natuurlijk altijd gissen bij kunstenaars en hun drugsgebruik (voor niet-wetenden: alcohol is officieel een harddrug hè): wat zouden ze nuchter bereikt hebben? Uit eigen ervaring weet ik dat bepaalde substanties wel degelijk tot diepere inzichten kunnen leiden, en hoe dieper zo’n inzicht, hoe groter de kans dat het vragen en/of onzekerheid oproept die de noodzaak tot expressie vergroten. Met andere woorden: natuurlijk hebben drugs ons al millennialang ‘geholpen’ om zaken te ontdekken en kunst te maken. In de woorden van persoonlijk held Bill Hicks (over wie mede-Austinite Richard Linklater een biografie lijkt te gaan maken, wat mijn ogen nu wederom wagenwijd doet opensperren!!): “If you think drugs never did anything good for us, then I want you to go home and take all your music records and burn them, cause every musician you love was on drugs. They even had to pull Ringo down from the ceiling for ‘We all live in a yellow submarine’…” (parafraseer ik ‘m nou even).
Maaaaaaar, Blue Moon gaat daar eigenlijk niet zo zeer over, ook al noemt Rodgers letterlijk een keer Harts alcoholgebruik en bijkomende dronkenschap als dé reden waarom hij liever niet meer (en zeker niet full time) met hem samenwerkt. Maar Blue Moon gaat wel over een kunstenaar wiens ego harder gekrenkt wordt dan hij toe wil geven (velen willen graag boven hun ego ‘staan’, wat ook weer een wens van datzelfde ego is natuurlijk ;)), en hoe z’n mogelijke trots en andere worstelingen toch wat meer in de weg zitten dan hij wil toegeven. Iets dat me ook best stevig persoonlijk kan raken, want ik wil wel eens claimen dat ik soms meer een observer van het leven ben, dan een deelnemer. Als in: is dat mijn smoesje om m’n eigen worstelingen wat uit de weg te gaan, ‘omgeluld’ dat ik het leven gewoon te interessant vind om m’n ervaringen te beperken tot die van enkel mijzelf, en die daarmee ook niet al te serieus neem..?
Crew & cast
Waardoor ik dus direct ook weer merk: films van Linklater raken me altijd meer dan ik mogelijk direct denk. En ja, dat denken zit wel vaker in de weg bij mij. Maar het zorgt dus ook voor nogal wat herkenning in zijn films. Waardoor het natuurlijk niet zo verwonderlijk is dat Blue Moon een echte ‘praatfilm’ is, maar wel zó gevuld met dialogen, dat ik nu iets raars ga voorstellen: ik denk dat deze film beter tot z’n recht komt in een situatie dat je ‘m af en toe kunt pauzeren. Of mogelijk zelfs wat terug kunt spoelen. Oftewel: thuis op de buis. In één ruk is het namelijk best een intensieve zit, ondanks de relaxte 1u40m (inclusief aftiteling) dat de film duurt. Overigens heeft Linklater ditmaal het scenario niet zelf geschreven. En nee, het scenario is ook niet van z’n ‘vaste’ schrijversduo Holly Gent en (manlief) Vincent Palmo Jr., maar van Robert Kaplow, die eerder de roman schreef waarop Gent en Palmo Jr. het scenario van Me and Orson Welles baseerden. En laat Kaplow z’n roman weer gebaseerd hebben op daadwerkelijk bestaande brieven van Weiland en Hart aan elkaar. Begrijp je het nog? Of raak je net zo verward als ik, toen ik bij de aftiteling verbaasd dacht te moeten reageren dat zelfs het spelende Cheek to Cheek van Rodgers-Hart was, maar dat nummer was dan weer van die andere beroemde ‘klassieke’ tekstschrijver Irving Berlin…
Zoals ik al insinueerde: Hawke gaat hiervoor wel wat prijzen winnen, verwacht ik. Je ziet aan z’n hele karakter dat er nogal wat ‘compensatie-frustratie’ in hem zit, maar Hawke maakt ‘m nooit zielig. Zelfs niet als hij z’n oogappel Elizabeth ondervraagt over haar laatste seksuele escapades, en daar ook echt álles over móet horen (in de hoop dat ze hem ook seksueel toelaat, neem ik aan?). Dat voelde bijna wat masochistisch, en dat maakt het karakter dat Hawke speelt nóg interessanter. Jammer dat ik hem vooraf dus totaal niet kende. Al voelt de film daardoor ook een beetje aan als een ‘vroeger gemiste’ maar wel goed-interessante ‘les’…
Final credits
Buiten de openingsscène om, lijkt Blue Moon nogal een toneelverfilming. Zo speelt vrijwel de gehele film zich rondom de bar van Cannavale’s Eddie af, en is deze dus nogal ‘dialogue heavy‘. Maar ja, als die dialogen vooral gaan over kunstenaars en hun al dan niet gekwetste ego’s, wat ze dan weer nooit toe willen geven, en daardoor soms ook ongemakkelijk worden als er juist een compliment gegeven wordt, dan kun je aan de ene kant denken: “Damn, wat een privilege om je over zoiets druk te kunnen/mogen maken!?“, terwijl het voor deze geprivilegieerde recensent daarmee voldoende herkenbare thema’s bevat waar ik best graag een keer met Linklater over zou kletsen. De volgende keer dat ik in Austin ben (ik was daar in 2023 op SXSW en heb daar familie in de buurt) hem maar eens opzoeken dan, of fantaseer ik nu teveel..?
