Ben-Hur (2016)

25 augustus 2016

Ben-HurOkay, ik ergerde me aan deze ‘remake’ van Ben-Hur veel minder dan aan Ridley Scotts Exodus: Gods and Kings. Mogelijk heb ik daarmee wel al direct het meest positieve aan deze film genoemd, maar ik moet ook eerlijk toegeven dat ik echt met nul verwachtingen naar deze film ging. En ja: de film is veel te makkelijk, wat mij mogelijk meer opvalt dan de gemiddelde kijker vanwege m’n kritischer houding. Toch wil ik de combinatie “boekhoudkundige luiheid” gebruiken om samen te vatten wat er allemaal mis is met deze film. En terwijl de film op casting-gebied wel degelijk een paar positieve verrassingen heeft, heb ik het gevoel dat vooral de studio enorm blij is met een ‘slaafse’ regisseur als Timur Bekmambetov…

Het verhaal
In de openingsscène wordt direct al getoond hoe de film gaat eindigen: met een stoere wagenrace in een Romeins theater, waarbij het tussen de geadopteerde broers Judah Ben-Hur (Jack Huston) en Messala (Toby Kebbell) op leven en dood zal gaan. Direct daarna gaan we echter zeven (!) jaar terug in de tijd, om vervolgens via tijdsprongen van drie en vijf jaar eigenlijk een jaar te ver uit te komen, maar op zulke dingen moet je zeker niet letten bij een simpele film als deze.

We zijn in Jeruzalem, rond de tijd dat ene Jezus van Nazareth (of Jezus de Nazareër, als je ook ooit gelezen hebt dat Nazarath in die tijd nog niet bestond) leeft. Judah is een Joodse prins, en zijn familie was zo vriendelijk om de wees Messala te adopteren. Deze Messala heeft een grootvader die betrokken was bij de moord op Julius Caesar, dus daar zit wel wat motivatie om een wit voetje te willen halen bij de lokale prefect Pontius Pilatus. Gooi daar nog wat zeloten tegenaan die – in tegenstelling tot de welgestelde Judah – rebelleren tegen de Romeinse overheersing, een moeder die veel te opzichtig roept dat een ongeluk echt toch wel Messala’s schuld was, en de ingrediënten voor een instabiel kruitvat zijn er. Als Judah en z’n familie beschuldigd worden van een aanval op Pilatus worden Judahs moeder en zus gekruisigd, terwijl Judah de volgende vijf jaar op een galleischip als slaaf moet roeien. Nadat dat schip bij een Griekse aanval tot zinken is gebracht strandt Judah in de handen van koopman Ilderim (Morgan Freeman), die hem de mogelijkheid biedt de strijd aan te gaan met de in macht inmiddels flink gegroeide Messala. Maar ja, dan moet ie dus wel zo’n chariot weten te besturen, plus dat ie ene Jezus (Rodrigo Santoro) nog moet ‘terugbetalen’ voor z’n eerdere hulp.

Religieuzer
Ja, dat valt – naast de mindere kwaliteit – als eerste/grootste verschil op tussen deze film en die Charlton Heston-klassieker uit 1959. Ik kan me die film (ik noem hem bewust niet het origineel, want het boek van Lew Wallace was in 1907 en 1925 ook al verfilmd) zeker niet meer volledig herinneren, maar volgens mij is Jezus daarin veel minder aanwezig, waardoor hij een wat mysterieuzere laag in het verhaal brengt. Hier wordt Jezus echter als best belangrijk karakter en volledig als messias opgevoerd, wat de film een veel religieuzere draai geeft, dan ik me van die ’59-versie kan herinneren. Iets wat me tijdens de film wel deed afvragen of er mogelijk ook machtige christelijke geldschieters achter deze productie zitten…

Ben-Hur-recensie: met een grotere rol voor deze timmerman uit Nazareth is deze heel anders dan de '59-klassieker, maar (natuurlijk/helaas) ook een stuk minder interessant...

Luiheid
Waarom de kwaliteit van deze remake zoveel lager is, dat komt dus door iets wat ik “boekhoudkundige luiheid” wil noemen. Het boekhoudkundige moet je zien als soort van disfunctionele over-efficiency. Dat er op rustmomenten, veelzeggende stiltes en blikken, logica in hoe figuranten ingezet worden en nog veel meer wordt bezuinigd, omdat de ‘makers’ denken dat alles te meten moet zijn, en dat als zij niet inzien dat één bepaalde blik thematisch gezien (wat ‘niet’ te meten is?) heel sterk kan zijn, dat zulke blikken er daarom dus uitgeknipt worden. Zoals een goed boekhouder de financiële huishouding lekker op kan schonen. Maar ja, als je als maker niet door hebt waar precies de elementen zitten die je verhaal kunnen locken in het hart van de kijkers, dan knip je zo dus wel eens ontzettend belangrijke dingen weg. En ik kan me voorstellen dat een studiohoofd zich hier best wel bewust van is, maar juist denkt: “Ach, weet je, 90% van de mensen weet dat toch niet te duiden, dus laten we hopen dat we van die 90% zoveel mogelijk mensen naar de bioscoop kunnen lokken voordat ze door krijgen waarom het niet écht werkt, en dan zijn we allang weer uit de kosten,” of iets dergelijks.
En daar zit die luiheid ook in. Dat die eerdergenoemde motivatie van Messala zo specifiek en overduidelijk door een uitspraak van z’n adoptieve moeder erin wordt geknald. Of zo’n figurante die overduidelijk in een shot te zien is, en in een tegenshot totaal afwezig is: echt iets wat waarschijnlijk op de set al gezien is (en zeker in de montage), maar waarschijnlijk is afgedaan met: “Ach, dat ziet toch niemand.” En ik schoot bijna in de lach, toen Pilatus aan het eind van de film een vrij ‘grootse’ uitspraak deed, die thematisch gezien heel sterk had kunnen zijn, maar doordat het er overduidelijk in gepropt is om ‘diepgang’ te suggereren, werd het dus bijna lachwekkend. Daarnaast wordt het praten over zaken waar normale mensen echt wel even over zouden willen nadenken enkele keren volledig genegeerd door er zo’n coole ‘diepe’ oneliner van Morgan Freeman overheen te gooien.

Cast & crew
Want ja, misschien voelde ik wel medelijden met Freeman, want hij lijkt eigenlijk puur voor z’n mooie stem ingehuurd te zijn. Om een paar vette quotes in te kunnen spreken, die geweldig dramatisch werken in de trailer, maar in de film juist een overduidelijke armoede moeten zien te verdoezelen. Daarnaast zijn z’n karakters dreadlocks waarschijnlijk een “vet idee” van de make-up & hair-afdeling geweest, maar ze leiden ook wel wat af. Huston doet z’n familienaam niet veel eer aan (iets wat in zo’n film ook niet echt mogelijk lijkt, gezien de ‘kwaliteiten’ van de regisseur), dus in hoeverre hij het talent van opa John (regisseur van klassiekers als The Treasure of the Sierra Madre, Key Largo en The Maltese Falcon, to name just a few…) of van tante Anjelica of oom Danny geërfd heeft, dat durf ik nog altijd niet te zeggen. Kebbell speelde ooit het interessantste karakter in Guy Ritchie’s RocknRolla (Johnny Quid), maar was ook te zien in het zeer interessante The East, The Counselor en recentelijker nog in Warcraft. Santoro was eerder te zien in bijvoorbeeld The Last Stand en Che, maar z’n meest opmerkelijke rol was die van Xerxes in de 300-films. Ben-Hurs liefje Esther wordt gespeeld door de prachtige Nazanin Boniadi, en als jij je ook afvraagt waar je haar van kent: waarschijnlijk is dat van haar rol in Homeland (ik meen in seizoen 3 en 4). Leukste/opvallendste casting-keuze is echter die van onze eigen Marwan Kenzari, bekend uit Bloedlink en z’n prachtrol in Wolf. Hier toont hij een flinke mate van ‘kameleoniteit’, want hij is in de ene scène wel herkenbaar, en in een andere vrijwel niet. Lijkt dus alsof z’n bereik best wel groot is, en wie weet helpt hem dat om een internationale ster te worden.
Ja, al dat namedroppen hierboven komt natuurlijk deels omdat de film niet interessant genoeg is om echt dieper op in te gaan. En dat, terwijl hetzelfde boek wel ooit die klassieker met Charlton Heston opleverde. En ook ondanks de aanwezigheid van een schrijversduo, dat afzonderlijk van elkaar ook aan de scenario’s van 12 Years a Slave Ben-Huren The Way Back werkte, wat mijn vrees doet groeien dat de studio’s (MGM en Paramount) primair een cashcow wilden maken, hoe hard regisseur Bekmambetov ook zegt dat deze film – net als het boek en in tegenstelling tot de ’59-versie – zich meer focust op vergeving dan op wraak. En daar is inderdaad wel iets mee gedaan in het verhaal, maar (waarschijnlijk door een verkeerde initiële intentie) dat komt zeker niet bevredigend genoeg uit de verf.

Final credits
Bekmambetov brak in het westen best hoopvol door met het Russische Nightwatch, maar toonde met het vervolg daarop al dat dat een toevalstreffer was. Net als bijvoorbeeld (de overigens betere) Zack Snyder is hij waarschijnlijk ideaal om dure actiefilms te maken voor een veeleisende studio, want veel meer lijkt hij ook niet te kunnen.
Dus nogmaals: in de revival van klassieke/bijbelse verhalen-verfilmingen is Ben-Hur zeker niet de minste, maar het gemiddelde niveau van films in deze revival ligt al zo verdomd laag. Maar om dan toch met iets positiefs te eindigen: de film heeft me best veel zin gegeven om die ’59-versie weer eens te kijken.

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt2638144

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie

Previous Post
«