The Thing (2011)

24 november 2011

Het grootste probleem van Matthijs van Heijningen Jr.’s versie van The Thing is dat het eigenlijk een prequel is op de cult-classic van John Carpenter uit ’82 (met Kurt Russell), maar dat het qua opzet van het verhaal een remake is. En het lullige voor deze nieuwe versie is dan ook dat je de film constant vergelijkt met die eerdere versie (ik zeg bewust niet het “origineel”, want die van Carpenter was ook een remake), en dat verliest zo’n commerciële remake natuurlijk op alle fronten. Terwijl het als alleenstaande film (dus voor mensen die Carpenters versie niet kennen) mogelijk wel een redelijk gemiddelde alledaagse Hollywoodfilm is. Helaas is het gemiddelde niveau van hedendaagse films niet zo hoog als dat het ooit was…

Ik wilde eigenlijk niet vooringenomen deze film beoordelen. Gewoon omdat hij door een Nederlandse regisseur is gemaakt, en misschien ook wel omdat ik het ergens jammer vind dat mijn smaak niet meer zo simpel is als vroeger. Ik ben kritischer geworden, maar tracht dat de laatste weken nog wel eens wat te temperen. Bij Killer Elite lukte dat maar voor een klein deel, en ook hier kan ik echt wel wat aardige dingen over de film zeggen. Als ik echter serieuzer word, dan moet ik concluderen dat de 2011-versie van The Thing dan wel een paar interessante links naar het origineel heeft – vandaar ook een aantal aardige discussies op IMDb – maar vrijwel al die discussies eindigen met “sloppy writing” e.d. Natuurlijk is de hoofdreden voor een remake of pre-/sequel in 98% van de gevallen een commerciële, dus dan maak je een film toegankelijker voor een groter publiek en daarmee simpeler en voorspelbaarder. Helaas wordt een commerciële reden ook vaak vergezelt van het trachten kosten te besparen, en in dit geval is er wederom weinig tijd gestoken in het goed uitwerken van het scenario. Schrijver Eric Heisserer schreef eerder het scenario voor Final Destination 5 én voor de A Nightmare on Elm Street-remake, dus dan weet je al dat hij geen echte topper is.

Okay, kort nog iets over het verhaal dan. Paleontologe Kate Lloyd (Mary Elizabeth Winstead) wordt door de Noorse wetenschapper Sander Halvorson (Ulrich Thomsen) gevraagd mee te reizen naar de Zuidpool, want daar heeft een Noors team een ‘construction’ en een ‘specimen’ gevonden. En aangezien Kate de go-to-woman is voor ingevroren karkassen wil hij haar mee hebben. Op de Zuidpool aangekomen is haar verbazing natuurlijk erg groot, want de constructie blijkt een enorm buitenaards ruimteschip en de specimen een ingevroren alien. Na wat weefselonderzoek wordt hun vermoeden bevestigd: dit is één van de grootste ontdekkingen uit onze geschiedenis. Maar omdat Halvorson niet alleen zelf de credits en dus nog geen pottenkijkers wil, maar ook doordat hij weet dat teveel hulp van buiten geen creapy horrorsfeer op zal leveren, begint het wantrouwen – dat vooral Carpenters versie zo geweldig maakte – al vóórdat blijkt dat de alien helemaal niet zo dood is als ie lijkt, en ook nog eens perfect mensen kan kopiëren. Nou, bijna perfect dan. Waarom hij naarmate de film vordert steeds minder wordt in het kopiëren is mogelijk een gevolg van een sterke ‘creature fx-lobby’, want ‘het ding’ gaat er steeds meer fucked up uit zien.
Deze creature fx zien er naast fucked up overigens ook best vies en goor uit, en zolang het 2D blijft maakt dat de film wel redelijk de moeite waard. De CGI ziet er echter niet al te best uit, en dat is weer jammer.

Okay, nadat ze erachter zijn gekomen dat de alien dus een kopie maakt van degene die hij heeft opgegeten, gaan de vele Noren en enkele Amerikanen elkaar dus wantrouwen. Dat levert een paar aardige scènes op, maar ook daarbij lukte het me niet om niet aan Carpenters versie te denken, die vanwege die geweldige paranoïde sfeer natuurlijk in de top 250 van IMDb staat. Ennio Morricone’s geweldig sferische score droeg daar natuurlijk ook nog eens ontzettend aan bij, en hier tracht Marco Beltrami (van o.a. 3:10 to Yuma en The Hurt Locker) af en toe iets van die sfeer op te roepen, maar dat lukt eigenlijk helemaal niet. Ik dacht nog: “Als je dan qua opzet van het verhaal een redelijk exacte kopie maakt, kopieer dan ook gewoon de muziek, dan heb je dat in elk geval al gecovered.” Maar helaas…

Nee, de enige reden dat deze film gemaakt is, is een commerciële. En dan weet je dat zo’n film dus altijd ‘dommer’, risicolozer en daarmee slechter wordt.

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt0905372

Reageer met je Facebook-account

5 Comments for this entry

  • John schreef:

    Ik vind ’t vooral erg jammer dat er zoveel geld gestopt wordt in het her-uitvinden van het wiel, terwijl er denk ik wereldwijd heel veel geniale scripts liggen te wachten op budgetten die ze op deze manier nooit gaan krijgen…

    …en als die remakes dan in ieder geval ’s een verbetering zouden zijn, maar dat zijn ze 9 van de 10 keer niet.

  • Matthijs van Heijningen schreef:

    thanks

  • Tja, remakes really suck these days…
    Wel mooi ironsich dat Carpenter's 'The Thing' ('82) één van de beste remakes allertijden is – samen met Scorsese's 'Cape Fear' ('91), Cronenberg's 'The Fly' ('86), Kaufman's 'Invasion Of The Bodysnatchers' ('78) en uiteraard William Wyler's 'Ben Hur' ('59). Kings of remakes: Alfred Hitchcock en Cecil B. DeMille; zij maakten remakes van HUN EIGEN films! 'The Man Who Knew Too Much ('34 + '55) en 'The Ten Commandments' ('23 + '56). Michael Haneke deed ook een poging met 'Funny Games', maar die was dan wel van een andere nationaliteit. Michael Mann's 'Heat' ('95) is natuurlijk ook bijzonder noemenswaardig wat dat betreft.

    Andere mooie remakes: Jim McBride's 'Breathless' ('83), Blake Edwards' 'The Man Who Loved Women' ('83) en Lumet's 'The Wiz' ('78). Tegenwoordig zijn remakes simpelweg refakes.

Geef een reactie

Previous Post
«
Next Post
»