Moneyball (2011)

18 november 2011

Ja, Moneyball doet iets raars. De film toont namelijk een strijd tussen het volgen van gevoel en instinct en het volgen van cijfertjes en statistieken, en het opmerkelijke is dat ik dus ook voor de personen was die deze rationele laatste weg volgen. Dat is natuurlijk de kracht van identificatie in film, maar het komt ook doordat Moneyball gewoon een goed en degelijk gemaakt sportdrama is over vechten tegen de gevestigde orde door een tweetal rebellen, waarvan er één verliezen nog meer haat dan dat hij van winnen houdt, en de ander fysiek nogal wat onzekerheid uitstraalt, maar 200% achter z’n cijfers staat. En in deze film wint vechten tegen de gevestigde orde het bij mij dus van het volgen van gevoel en instinct…

Het vrijwel waargebeurde verhaal vertelt over Billy Beane (Brad Pitt), ooit één van de grootste honkbaltalenten van het land, maar na een mislukte carrière als sportman nu bijna aan de top als manager van de Oakland Athletics. Na het bereiken van de league division series, waar ze werden verslagen door de New York Yankees, werd in 2001 het hele team leeggekocht. Vergelijk het met wat op voetbalgebied in Nederland gebeurt: heb je een keer een écht goede speler, speelt ie een half jaar later in Spanje, Engeland, Italië of Duitsland.
Voor het volgende seizoen dus zaak voor Beane om wederom met weinig geld vervangende spelers te gaan halen. En zoals overal in de wereld: als je krap bij kas zit, dan moet je creatief worden. En voordat alle rechtse cultuurfoben gaan roepen: “Zie je wel, daarom is het goed dat er wordt gekort op cultuur!“; dat lukt niet altijd. Dat lukt zelfs zó sporadisch, dat als het gebeurt het wel eens zo opmerkelijk kan zijn dat er een film over gemaakt kan worden…

Tijdens het onderhandelen over ’n speler met de Cleveland Indians (het team dat je kent uit Major League, waarin Charlie Sheen al een ‘Wild Thing’ avant-le-tigre-blood speelt) ziet Beane dat de manager van de Indians nogal direct en concreet luistert naar de adviezen van een jong gastje die wat verlegen in een hoekje staat te kijken. Deze Peter Brand (Jonah Hill) blijkt een statistiekennerd te zijn, en niet veel later neemt Beane geen speler maar deze Brand over van de Indians. Brands theorieën zijn niet alleen controversieel, maar ondermijnen ook het fundament waarop het oude scoutingsapparaat is gebaseerd. En vandaar dus die eerdergenoemde tegenstand en strijd…

Voordat ik de film zag wist ik vrij weinig over het verhaal, maar wat ik wist had ik liever niet geweten. Ik zal het hier ook niet vertellen, maar waarschijnlijk is het in Amerika zo’n bekend verhaal dat het sowieso al gemeengoed was. En eigenlijk hoeft de film het daar ook niet echt van te hebben. Toen ik tegen het einde van de film ineens aan iets uit Fever Pitch (met Drew Barrymore en Jimmy Fallon) moest denken hoopte ik dat de link tussen de films nog directer was, maar ik wist ook direct dat waarschijnlijk niemand die link óók zou zien. In Fever Pitch (verder een simpele romcom hoor) wordt namelijk een fan van de Boston Red Sox gevolgd, en tijdens het draaien van die film (tijdens échte wedstrijden in het befaamde Fenway Park) gebeurde iets dat in meer dan 100 jaar niet gebeurd was: de Red Sox wonnen aan het einde van dat seizoen de World Series. Dat veranderde die film onverwacht en behoorlijk, want in het originele scenario was het honkbal slechts context, en nu werd het een belangrijker onderdeel van ’t verhaal.

Maar okay; ik ga terug naar deze film. Mogelijk denk je nu namelijk dat je écht verstand van honkbal moet hebben om deze film te begrijpen, en dat is niet echt zo. Ik heb er zelf ook niet veel verstand van (heb ook geen wedstrijd gezien tijdens het afgelopen WK, waarin wij overigens wereldkampioen werden…! NLse sportfilm, anyone?), en een vriendin waarmee ik de film zag had wel het gevoel dat iets meer kennis wel fijn was geweest. Mogelijk had ze daar wel wat gelijk in, maar de kracht van de film blijkt niet uit de honkbaltechnieken, maar uit het subtiele acteren (ik vond vooral Jonah Hill goed), de rust die regisseur Bennett – Capote – Miller hanteert en de scherpe dialogen. Daarnaast stelt men in de tagline terecht de vraag “What are you really worth?“, en daar gaat de film in essentie ook wel over.

De film is geschreven door Steven Zaillian en Aron Sorkin. Zaillian schreef o.a. het scenario voor American Gangster en Gangs of New York, en Sorkin won vorig jaar nog een Oscar voor het scenario van The Social Network. Qua dialogen voel je ook wel de overeenkomsten met deze film over Mark – Facebook – Zuckerberg. Daarnaast is de film doorspekt met subtiele hints die je niet hoeft te zien om de film te voelen, maar die de film wel ‘rijker’ maken. En dat toont dat er goede en ervaren scenarioschrijvers aan het werk zijn geweest.

Yes, ik vond Moneyball een behoorlijk goede film. Zeker niet de beste film van ’t jaar, dus ik begrijp die Oscar buzz ook niet echt. Mogelijk dat Jonah Hill een nominatie verdient, want hij toont dat Cyrus geen uitschieter was. Brad Pitt speelt z’n rol ook gewoon erg goed, maar zijn ‘probleem’ is dat we dat van hem gewend zijn. Een beetje zoals Sean Penn: het valt niet op dat hij acteert. En eigenlijk is dat het grootste compliment dat een acteur mogelijk kan krijgen, maar ik verwacht niet dat hij genomineerd zal gaan worden voor deze rol. Philip Seymour Hoffman heef een vrij kleine rol als hoofdcoach Art Howe die zich letterlijk afvraagt of Beane de sport wil vermoorden door zulke – in zijn ogen – slechte spelers te kopen. Daardoor werkt hij Beane ook nogal tegen, en de film bevat een paar scènes waarin je de spanning tussen hen wel goed voelt. En ik snap dat het voor het verhaal zelf niet nodig was, maar ik had graag meer van die scènes gezien…

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1210166

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie