Springsteen: Deliver Me from Nowhere (2025)
Als een sucker voor muziekverhalen, viel het me toch op hoe ik deze biopic over Bruce Springsteen niet als allereerste van Nederland hoefde te zien (een gevoel dat sommige films me wel geven). Terwijl ik al wist dat Jeremy Allen – The Bear (tv), The Iron Claw – White ‘The Boss’ geweldig neerzette. Zo goed zelfs, dat hij waarschijnlijk als één van de laatste afviel voor de Oscarnominaties dit jaar. Al wordt hij wel wat naar de kroon gestoken door de in dit soort rollen bijna perfecte Jeremy – The Apprentice, Succession (tv) – Strong, terwijl ook m’n SXSW’23-maat Paul Walker – Americana, Richard Jewell – Hauser voorbijkomt, amongst een behoorlijk indrukwekkende bijrol-cast-lijst…
Mijn oordeel over de film in één zin: gewoon een goed gemaakte biografie over een periode die ik niet kende, maar de film zelf voelt toch ietwat ‘plat’, want heel hard werd ik niet geraakt.
Het verhaal
Het is 1981 als een ‘jonge’ Bruce Springsteen (White) net een tour heeft afgerond, en zich terugtrekt in een door z’n manager/vriend Jon Landau (Strong) gehuurde villa ergens in New Jersey. Tijdens/na een jamsessie in een lokale bar (The Stone Pony, mocht je ’t willen weten) ontmoet hij Faye (Odessa – Black Rabbit (tv) – Young), het zusje van een oud-klasgenoot, en ondanks Bruce’ overduidelijk depressieve periode (vaker nadat een tour is afgerond), trekken de twee wel wat naar elkaar. Zeker als ook Faye’s dochter Haley (Vienna Barrus) hem accepteert, lijkt daar een stevige romance op te bloeien…
Ondertussen hebben wij in flashback echter al gezien hoe het gezin van de jonge Bruce (Matthew Pellicano Jr.) lijdt onder het alcoholisme van pa Douglas (Stephen – Snatch, Adolescence (tv) – Graham). Moeder Adele (Gaby – Transparent (tv), The Mastermind – Hoffmann) beschermt Bruce zo goed als ze kan, maar dat daar wat trauma’s zijn ontstaan, dat is duidelijk. Trauma’s die de depressieve Bruce probeert te verwerken in nieuwe nummers, maar de hotshot New Yorkse platenbaas Al (David Krumholtz) wil gewoon hits, en cashen op de dan al best grote populariteit van Bruce. Bijvoorbeeld met een rolletje in Paul – Taxi Driver – Schraders nieuwste film, initieel getiteld Born in the USA (maar uiteindelijk met Michael J. Fox in de hoofdrol uitgebracht als Light of Day), waarvoor hij dan ook de titeltrack mocht schrijven.
Onmachtig om z’n pijn/trauma’s écht het hoofd te bieden, eindigt Bruce de relatie met Faye als hij verhuist naar LA. Zij ‘beschuldigt’ hem vervolgens van het wegrennen voor z’n problemen. En onderweg naar Los Angeles breekt Bruce ook, waarna hij Jons advies aanneemt en een psychiater bezoekt. Tien maanden later is Bruce weer op tour, waar na afloop van een van de concerten ook z’n ouders aanwezig blijken te zijn, inclusief z’n duidelijk verouderde pa…

Niets aangezet?
Soms wil je als makers natuurlijk geen ‘onrecht’ doen aan een waargebeurd verhaal door het drama bijvoorbeeld groots aan te zetten. Als het onderwerp van dat verhaal ook nog leeft (en nog altijd een wereldster is), dan word je als maker mogelijk nóg ‘onzekerder’ om het wat extra aan te zetten ‘for cinematic, dramatic purposes‘. Maar daardoor krijg je dus ook meer een “en toen en toen en toen”-vertelling, dan een meesterwerk als bijvoorbeeld Hamnet. Al ben ik nu mogelijk ook ietwat aan het overdrijven om m’n punt te maken hoor. Ik was namelijk echt wel ontroerd aan het eind (zulke scènes werken altíjd goed bij mij), ook zeker onder de indruk van White, plus ik vond het wel opmerkelijk om een kant van Springsteen te zien die ik niet kende. Maar dat hij ooit zó diep zat is mogelijk ook wat minder verrassend als je wat beter naar z’n teksten uit die periode kijkt (het album Nebraska), want de links tussen wat hij meemaakt en hoe dat allemaal therapeutisch verwerkt is in z’n muziek, daarin zit de grootste kracht van deze film. Dat hij dus méér was dan ‘enkel’ een vertolker van liedjes over blue collar America met wel wát kritiek op het Amerika van die tijd, maar in die nummers dus ook aardig wat persoonlijk leed verwerkte. En dat is waar Springsteen: Deliver Me from Nowhere wel redelijk goed werkt. Al moet ik ook eerlijk zeggen: zoiets werkt veel beter in bijvoorbeeld (die) Amy (Winehouse-documentaire), maar zelfs ook in die Robbie Williams-biopic Better Man…
Cast & crew
Nu ken ik Bruce Springsteen als naam al m’n hele leven, maar in hoeverre White op de Springsteen van eind jaren 70/begin 80 lijkt, dat durf ik niet te beoordelen. Wat me wel opviel waren z’n bruine contactlenzen. Maar wat mogelijk nog verrassender is: Springsteen zelf zei in een interview best verward te zijn over White’s zang- en gitaar-kwaliteiten, want hij wist niet zeker of hij het nou zelf was, of dat White hem zo goed wist te imiteren. Een groter compliment lijkt me niet mogelijk, al denk ik daardoor ook direct wat cynisch: “Zou The Boss dit echt zo gezegd hebben, of weten de marketingmannen ook dat dit de perfecte film-promo-reactie is en hebben ze ‘m daarmee wat verzonnen/gestuurd..?“; een cynisme dat door de komst van de ‘perfecte gemiddelde maker’-LLM’s (denk ChatGPT) alleen maar groter wordt. Wie ik graag complimenteer is – wederom – Jeremy Strong. Er is volgens mij niemand die beter zo’n empathie-opwekkend-en-gluiperig-of-toch-zielig?-type kan spelen dan hij. Zijn Roy Cohn in The Apprentice geeft me nog steeds kippenvel, maar je ziet ook wel degelijk wat overeenkomsten qua rollen. Nu weet ik niet zeker of Strong ook een totaal ander type kan spelen in een lead performance, maar in de rol die hij hier speelt is hij wel bijna té perfect. Verder zitten er ook in kleine bijrollen best interessante namen, zoals Hoffmann en Krumholtz, maar de opvallendste is misschien wel één van Meryl Streeps dochters (waar ik dus door deze film pas achter kwam, want ik kende Grace Gummer vooral van het magnifieke The Newsroom (tv)). Enige die heel lichtjes wrong bij mij was Stephen Graham als Amerikaanse, alcoholistische vader. Nu weet ik niet of dat deels te maken heeft met hoe geweldig indruk hij maakte in/met Adolescence (en dat het dus vooral mijn gewenning is aan zijn native Britse rollen), maar zijn rol – zeker met die verouderingsmake-up aan het eind – trok me wel even uit m’n filmbeleving…
Regisseur Scott Cooper brak overigens ooit door met een in mijn ogen ‘betere’ muziekfilm: Crazy Heart (met Jeff Bridges en Maggie Gyllenhaal). Maar mogelijk vond ik die beter, doordat die niet op een werkelijk bestaande artiest gebaseerd was, waarmee het drama gewoon volledig (en zo sterk mogelijk) verzonnen kon worden? Daarna maakten Out of the Furnace, Black Mass en (vooral) Hostiles best wel indruk, waarna hij een film genaamd Antlers maakte (die volgens mij volledig geflopt is; ik verwarde ‘m in m’n hoofd net even met Daniel Radcliffe’s Horns). Het 1 minuut durende AstraZeneca: What I’ve Missed uit 2022 doet een COVID19-link vermoeden, dus laten we daar maar niet op ingaan verder. In hetzelfde jaar werkte hij voor de derde keer samen met Christian Bale in The Pale Blue Eye (een soort Edgar Allan Poe-origin story), waarna hij dus Warren Zanes’ boek Deliver Me from Nowhere naar een filmscript vertaalde. En die Zanes heeft wel een duidelijke Springsteen-link, want dit is niet z’n enige IMDb-credit rondom The Boss. Wat overigens opvallender is aan zijn IMDb-profiel, is dat hij als schijnbaar te zien is in de Oscarwinnende documentaire Twenty Feet from Stardom (als zichzelf), maar dan ben ik ook wel beetje door m’n namedropping heen ;).
Final credits
Merk namelijk ook een beetje, dat deze film tijdens het schrijven alweer wat verder wegzakt in m’n herinnering. Ja, ik heb zeker wel genoten (dat doe ik ook vrij snel bij muziekfilms en/of -docu’s) en vond ik die scène met pa wel echt prachtig. Maar ik voel ook dat de film me veel te weinig raakte om te balen dat ik ‘m eigenlijk een jaar ’te laat’ zag, want ik had verwacht dat dit een gegadigde voor een top-lijstje van vorig jaar had moeten zijn. Althans: dat is denk ik wel wat de makers probeerden/verwachten vooraf.
Maar dat White ook voor de Oscars is overgeslagen, dat heeft mogelijk ook wel met die niet zo heel erg memorabele vertelling te maken..?
