At Eternity's GateWauw..! Was deze film over Van Gogh even totaal anders dan wat ik vreesde na het zien van de trailer (die ik overigens zag, net nadat ik Hanah Gadsby over hem had gehoord in haar geweldige show Nanette). Regisseur/scenarist Julian – Le scaphandre et le papillon (a.k.a. The Diving Bell and the Butterfly) – Schnabel laat met prachtige rustige intermezzo-shots, en camerawerk dat behoorlijk gebaseerd is op Van Goghs schilderstijl, duidelijk zien dat hij schilder was vóórdat ie filmmaker werd. Daarnaast durf ik wel met 100% zekerheid te zeggen dat hij ook Aldous Huxley’s The Doors of Perception heeft gelezen, want het lijkt alsof hij de gaten in het verhaal – de stukken die niet konden worden herleid uit Vincents briefwisselingen met broer Theo – vrijwel volledig heeft gevuld met wijsheden en inzichten die Huxley in zijn boek niet alleen beschreef, maar ook al lichtelijk linkte aan Van Gogh…
Gecombineerd met een tour de force van Willem Dafoe – die enkel wat wordt vertroebeld door het duidelijke/verkeerde leeftijdsverschil met Rupert – Homeland, Starred Up – Friend, die z’n broer Theo speelt, maar in het echt 26 jaar jonger is! – is At Eternity’s Gate een prachtig kunstwerk over één van Nederlandse grootste kunstenaars ooit geworden!

Het verhaal
De film begint als Vincent en z’n broer Theo de Parijse kunstenaarselite horen soebatten over het oprichten van een vereniging. Grootste dissonant in de zaal is Paul Gauguin (Oscar – Inside Llewyn Davis, Annihilation – Isaac), die niet veel later Vincent adviseert naar het zuiden te gaan. In het openingsshot heeft een Franse plattelandsdame dan echter al de centrale (weder)vraag van de film gesteld, als Vincent vraagt haar te mogen schetsen: “Pourquoi?“. Want dat is waar de rest van het verhaal over gaat, over waarom Van Gogh enkel schilder kón worden. En daarin wordt gelukkig ver voorbijgegaan aan het cliché-beeld van de getormenteerde kunstenaar die zo gek was dat ie z’n oor afsneed (dat overigens wel voorbijkomt in de film), maar wel op een manier dat de film bij mij ook best langzaam maar wel heel diep onder m’n huid kroop.

Op het moment dat Van Gogh in Arles aan het schilderen slaat, is hij zeker nog niet succesvol qua verkopen, maar gelukkig kon z’n broer hem wel genoeg onderhouden, zodat Vincent vrijelijk kon schilderen. Met deels handheld-camerawerk voel je je bijna onderdeel van zijn wandeltochten door het zonovergoten glooiende landschap, en lijk je zeer duidelijk te kunnen zien waar Van Gogh z’n schilderstijl vandaan haalde. Daarnaast wordt het beeld richting het einde van de film af en toe wat blurry, als we Vincents gezichtspunt zien, waarin ook duidelijk een link wordt gelegd met momenten van een soort trance, waar hij zich later weinig meer van herinnert (maar waar ie wel vaak door in de problemen kwam, tot aan ‘het gekkenhuis’ aan toe). Maar wat ik me dus op dat moment bedacht, was dat hij nog altijd op zoek was naar wie hij als kunstenaar was (blijft een ‘echte’ kunstenaar dat overigens niet zijn/haar hele leven doen?), maar een paar jaar daarvoor dus wel al bijvoorbeeld De aardappeleters had geschilderd. Toch is het wel begrijpelijk dat Schnabel voor de laatste paar jaar van Van Goghs leven heeft gekozen, omdat hij daarin niet alleen het meest productief was, maar dat hielp Schnabel ook om uiteindelijk een indrukwekkend en interessant kunstwerk te maken, waarin kunst, spiritualiteit, cynisme, wijsheid, lijden, (lichte) gekte maar vooral (het zien van) schoonheid op prachtige wijze verweven zijn…

At Eternity's Gate-recensie: prachtig kunstwerk over misschien wel onze grootste kunstenaar aller tijden...

Het zien van schoonheid
Waar Van Goghs impressionistische voorgangers vooral het eigentijdse en alledaagse leven schilderden, haalde Van Gogh z’n meest inspiratie uit de natuur, en hoe hij die zag. Ik moet dan direct de link met Huxley’s boek (waar overigens Jim Morrison de naam van z’n band ook op baseerde!) uitleggen, waarin hij z’n ervaring met de psychedelische drug mescaline beschrijft. Huxley stelt dat de mens een soort ventiel in z’n geest heeft, waardoor maar een bepaald gedeelte van de werkelijkheid binnenkomt (mogelijk omdat veel meer zien je ‘gek’ kan maken?). In zijn ervaring ging dat ventiel wat verder open staan toen hij de drug gebruikte (onder begeleiding van artsen overigens), en zag hij dus een schoonheid die zo overweldigend was, dat hij voor het tweede verhaal in het boek ook nog de titel Hemel en Hel verzon. Daarbij beschrijft hij ook dat iets wat hemels is (neem als voorbeeld het gevoel van een orgasme), ook de ‘hel’ kan worden, als je denkt dat het nooit meer voorbij zal gaan (het irritantste kenmerk van een depressie). Maar onder invloed van drugs weet je altijd ergens in je achterhoofd nog wel dat het voorbij gaat, dus dan kun je wel van dat hemelse genieten. En Huxley is dus van mening, dat de grootste kunstenaars visioenen krijgen uit deze ‘andere wereld’, maar dat het dus ook de plek is waar je knettergek van kunt worden, omdat het zo voorbij onze conventies gaat. In het boek noemt hij letterlijk Van Gogh (maar ook Rembrandt), en hoe hij dus ‘meer’ zag dan wij gewone stervelingen. Een onderwerp dat Vincent in de film met z’n dokter bespreekt, maar wat verder uitgediept wordt in misschien wel het mooiste gesprek in de film, dat met een priester, gespeeld door Mads Mikkelsen. Huxley stelde ook dat overal immense schoonheid te zien is, als je leert hoe dat te ‘zien’. Exact wat Van Gogh pretendeerde te doen. Iets dat hem volgens mij ook wel gelukt is, want ik herinner mijn behoorlijk onverwacht heftige sensatie bij het zien van Sterrenhemel (in MoMA in NY) nog ontzettend goed.

Visionair?
Al was het wat verkeerd knippen van shots en quotes uit die scène (voor de trailer) ook de reden dat de trailer mij dus totaal geen zin liet hebben in deze film. Hij komt daarin namelijk nogal wat ‘God- of Messiascomplexerig’ over, en in combinatie met Gadsby’s stelling – dat we van het vereren van lijden voor kunst af moeten (waarin Van Gogh vaak als voorbeeld gebruikt wordt), dat Van Gogh mogelijk niks verkocht tijdens z’n leven omdat ie ook gewoon een eikel was? – vermoedde ik dus dat ik naar een film ging kijken over een ‘klootzak’ waar ik me helemaal niet mee wilde identificeren. Wat ben ik blij dat ik het daarin mis had zeg! Ik ben inmiddels zo’n groot fan van deze film (hij blijft ook enorm goed hangen) dat ik me nu voorstel dat Schnabel met deze scène wilde tonen dat Van Gogh inderdaad zo visionair was; een ziener die zich die andere wereld herinnerde, en zijn medemens graag wilde helpen ook te ‘ontwaken’ richting iets van ‘verlichting’. En dat dat ontwaken fucking scary en/of gekmakend aanvoelt is heel logisch, want daarvoor is ‘het oplossen van je ego’ nodig, en daartegen gaat dat deel van je ‘ik’ keihard in verzet, onder andere door je angsten te laten voelen…
At Eternity's Gate
Final credits
Haha, hoop dat ik je niet ben ‘kwijtgeraakt’ met bovenstaande. Zoals je ziet zal deze film dus nog wel wat langer in m’n hoofd sudderen, en dat voelt heerlijk aan. Daarnaast voel ik nu ook ontzettend duidelijk dat At Eternity’s Gate en La scaphandre et le papillon door dezelfde kunstenaar gemaakt zijn, want beide films slaan je achterover met iets wat ik in elk geval niet direct aan zag komen. Heerlijk verwarrend soms, prachtig geschoten, geweldig geacteerd, enorm ‘diep’, heerlijk anti-establishment en/of hiërarchie-overtreffend en uiteindelijk dus zo’n indrukwekkende film dat ik deze vooral als kunstwerk wil betitelen, zo rijk is ie. En dan zie je tussendoor ook nog even hoe ‘terloops’ een van onze grootste artiesten ooit enkele van z’n meest prachtige schilderijen maakte, vaak ook heel snel.
En dat er in de film uiteindelijk twijfel ontstaat over Vincents dood, dat past niet enkel bij een nieuwe theorie hierover (zie Steven Naifehs en Gregory White Smiths boek Van Gogh: The Life), maar het wordt ook op een manier getoond die volledig past bij Vincents eigen twijfel over z’n geestelijke gezondheid.

IMDb: https://www.imdb.com/title/tt6938828

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie