J. Edgar (2011)

10 januari 2012

Door een zware verkoudheid/griep heb ik een paar dagen weinig recensies geschreven, waardoor ik dus weer een paar films ‘terug’ moest halen. Dat ik daarbij heel even vergat dat ik J. Edgar afgelopen vrijdag zag kun je dus deels toeschrijven aan die ‘overall snot-sufheid’, maar het komt ook wel deels doordat ik de film gewoon niet zo goed vond als ik hoopte. Waar het karakter van John Edgar Hoover ongelooflijk interessant is om een scherpe psychologische film over te maken, daar lijkt de film teveel aan de oppervlakte te blijven, waarbij Hoover nogal wordt ‘gespaard’…

Waarschijnlijk ligt de ‘schuld’ voor ’t lichtelijk falen van deze film bij scenarist Dustin Lance Black, die een paar jaar geleden een Oscar won voor ’t scenario van Milk. Hier lijkt de grootsheid van het verhaal en de veelheid aan beschikbare informatie wat boven z’n pet te zijn gegaan, want hij heeft niet echt kunnen kiezen hoe hij Hoover nu neer wilde zetten: als dictator die geen enkele tegenspraak dulde, van wie dan ook, of als gekwetst moederskindje die z’n evidente homoseksualiteit zo hard onderdrukte dat hij steeds meer paranoïde en wereldvreemd werd.

Aan het begin van de film zien we hoe een bejaarde Hoover (Leonardo DiCaprio) een journalist inhuurt om zijn levensverhaal en ‘legacy’ vast te leggen. Dat maakt ook direct duidelijk hoe het verhaal dat we gaan zien uit zijn hoofd komt, en waarschijnlijk geen accuraat en objectief verslag zal worden. Dat de film juist daarom ook minder stelling neemt – omdat Hoover zichzelf nooit zal veroordelen – dat is een vrij valide argument om de aanpak van Black (en regisseur Clint Eastwood) te verdedigen. Maar helaas levert dat dus een film op die wel degelijk mooie momenten bevat, maar die als geheel wat stuurloos blijft ronddobberen. Ik vond dit gegeven – dat de geschiedenis nooit te vertrouwen is, omdat dit altijd een interpretatie van de schrijver/verteller (en vrijwel altijd van de ‘overwinnaar’) is – sterker naar voren komen in Oliver Stone’s Alexander.

Hoover werd op 24-jarige leeftijd hoofd van de Bureau of Investigations (hij zou zo’n twaalf jaar later pas “Federal” ervoor laten zetten), en bleef dat tot z’n dood in 1972. Hij diende onder acht presidenten, die bij hun aantreden bijna allemaal van hem af wilden. Waarschijnlijk omdat hij nogal een tiran was, die van vrijwel iedereen een ‘file’ had laten aanleggen. De presidenten konden daarom vaak niet van hem af, omdat hij standaard bij z’n eerste gesprek met een nieuwe president een file van de president of diens vrouw bij zich had, waarmee hij dus eigenlijk de machtigste man op aarde kon chanteren.

Hoover was homoseksueel, alhoewel hij dat nooit wilde en kon toegeven. In de film levert dit een hele mooie scène op waarin z’n moeder (Judi Dench) haar houding ten opzichte van ‘daffies’ (afkorting voor “daffodil”, oftewel “narcis”) uiteenzet, en tijdens z’n gehele leven heerste er natuurlijk ook een sfeer in Amerika die je nu alleen nog in het voetbal ziet…
Het is psychologisch dan ook opmerkelijk dat het ook vooral Hoovers eis van onkreukbaarheid van z’n organisatie en z’n agenten was die deze homofobie en -haat voedde. Hij was dus z’n hele leven ook vooral in gevecht met zichzelf, en hoe meer ik hierover typ, des te duidelijker ik overeenkomsten zie met ene Geert W. uit Venlo.

Vooral de manier waarop Hoover aan het begin van z’n carrière tegen de Bolsjewieken (en later de ‘communisten’) optrad ging gepaard met retoriek die vooral past bij een wereldvreemd persoon. Een gedachtegoed als het communisme als een ‘ziekte’ zien, zoals hij letterlijk vertelt in de film, dat toonde direct z’n eigen beperkingen. Maar door het communisme zo negatief neer te zetten en neer te willen slaan, dat zorgde er ook weer voor dat de wereld harder werd, waardoor hij dus zijn harde, ondemocratische en politiestaat-suggererende maatregelen kon verantwoorden. Een soort ‘self fulfilling prophecy’, vergelijkbaar met de manier waarop Geerts partij onze samenleving tracht te verkrachten, if you ask me…

Zoals je ziet roept de film wel weer interessante dingen in me op, maar in de film zelf wordt hier niet echt op ingegaan, en dat is jammer. Natuurlijk houd je aan de film een gevoel van medelijden over voor een man die zo in de knoop met zichzelf zat, dat hij, deels uit frustratie, duizenden mensen liet afluisteren en arresteren, vaak zonder de juiste juridische validatie. Dat hij daarbij de wetenschap introduceerde in het politiewerk, daar verdient hij wel credits voor. Ik denk dat de film echter beter was geweest als men gekozen had voor een film over z’n innerlijke strijd, of juist over z’n controversiële manier van werken. Nu blijft het er een beetje tussenin hangen, waardoor het geen prachtig psychologisch drama is geworden, maar dus ook een scherpe politieke biografie.

Ik heb het nog helemaal niet gehad over de acteurs en de make-up, twee belangrijke aspecten in een film waarin je dezelfde acteurs in een periode van zo’n 50 jaar verschillende versies van zichzelf laat spelen. Leonardo DiCaprio speelt z’n rol meer dan voldoende, vooral omdat hij zo’n jeugdige en vastberaden blik in z’n ogen heeft. Dat past niet helemaal bij de oudere Hoover, maar dan zit z’n gezicht verscholen onder flinke lagen siliconen/latex, dus dan valt dat niet meer zo op. En bij DiCaprio is dit verouderen voor ongeveer 95% goed gedaan. Bij z’n levenslange ‘vriend’ en tweede man Clyde Tolson (een rol van Arnie – Winklevoss-tweeling uit The Social Network – Hammer) levert dat echter een stijfheid op die teveel opviel, in negatieve zin. Naomi Watts, als Hoovers levenslange secretaresse, komt er qua make-up ook niet helemaal goed vanaf. Wat me wel opviel was hoe goed haar ogen steeds ‘glaziger’ werden, maar overall viel ook haar oud-maak-make up toch teveel op.

Kritieken dat de film té gay zou zijn deel ik niet. Tussen de regels door merk je wel dat Dustin Lance Black (zelf homoseksueel) nog wat persoonlijke frustraties van zich af moest schrijven, wat mogelijk een storende factor in z’n schrijfproces was. Aan de andere kant: ik moest wel gniffelen bij de ontzettende lompheid van Nixon na het horen van Hoovers dood.

Ja, al met al is J. Edgar wat teleurstellend. Natuurlijk is de film op veel vlakken erg goed gemaakt en doen Eastwood en DiCaprio hun werk met verve, maar ben toch bang dat de basis van film, het scenario, niet sterk genoeg was. Ik hoopte namelijk dat ik licht verbouwereerd de zaal zou verlaten, maar dat gebeurde niet.
Om toch op een positieve noot te eindigen: er zaten twee opgeschoten gastjes naast me in de bioscoop, waarvan ik vooraf bang was nogal last te krijgen. Maar dat was helemaal niet het geval. Ik merkte dat ik zelfs vaker afgeleid werd door alles wat er allemaal door m’n hoofd schoot, terwijl zij de hele film door aandachtig zaten te kijken. Verrassend!

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1616195

Reageer met je Facebook-account

2 Comments for this entry

  • Fabian van Dongen schreef:

    Clint heeft me in zijn hele carrière maar één keer lichtelijk teleurgesteld, dat was met zijn tweeluik: Flags Of Our Fathers en Letters From Iwo Jima. Dus, ik hoop maar dat J. Edgar bij mij wat positiever binnenkomt. Ga ‘m snel kijken; ben met een Clint marathon bezig, met J. Edgar als einddoel (of misschien dus juist niet).

    -Fabe

  • Olle Wennardt schreef:

    Helemaal mee eens. Hoewel, tegen het einde gaat het vooral om zijn innerlijke strijd met zijn geaardheid. De FBI-verhaallijn lijkt dan overbodig. Maak daar dan een aparte film over. Veel spannender als je het mij vraagt 😉

Geef een reactie

Previous Post
«