Marty Supreme (2025)
Allereerst: Marty Supreme is een heerlijk dynamische ‘sportfilm’ (misschien is m’n enige kritiek wel dat de sport zelf niet heel geweldig in beeld wordt gebracht?), gezet in een fantastisch weergegeven New York rond 1952, met een overigens opvallende 80’ies pop-soundtrack dat alles nóg alomvattender en/of universeler maakt. Daarnaast voelde ik nu eindelijk (?) waarom de Safdie’s al jaren worden gezien als de nieuwe ‘mean street NY filmmakers‘, onderstreept door een paar geweldige bijrolacteurs uit de rauwste NY’se movie scene. En om dan alles nóg ‘perfecter’ te maken, lijkt Josh Safdie mij te raken op een persoonlijk level dat ik never nooit verwacht had, wat mij mogelijk zelfs mijn kijk op enkele, eerder door mij ondergewaardeerde topfilms laat herzien. Iets dat culmineerde in een eindshot dat me echt bijna uit m’n stoel liet verwonderen.
Het verhaal
Marty Mauser (Timothée – Bones and All, Call Me by Your Name, Dune – Chalamet) werkt met tegenzin in de schoenenwinkel van z’n oom (of stiefvader?) in de Lower East Side van New York; zo’n wijk waar iedereen Marty kent. Niet omdat hij één van ’s werelds beste ping-pong-spelers is, maar vooral omdat hij zich door het leven heen ‘hustlet‘ en hij dus met velen wel wat unfinished business lijkt te hebben. Opportunistisch als hij is leeft hij nogal in het moment, zonder enig toekomstplan buiten wereldkampioen willen worden; een droom waarvoor hij werkelijk alles op het spel zet. Iets dat initieel fucking asociaal overkomt, zeker ook omdat z’n getrouwde vriendin Rachel (Odessa – Am I OK?, Hellraiser – A’zion) meer van hem wil, en hij z’n moeder (Fran – The Nanny (tv), Spinal Tap II: The End Continues – Drescher) tot aardige wanhoopsdaden drijft om nog iets van aandacht van hem te krijgen…
Marty móet echter naar de open Britse Tafeltenniskampioenschappen in Londen (ook het officieuze WK), waar hij vrij eenvoudig doordringt tot de finale. Die verloopt echter aardig teleurstellend, al heeft de opportunistische Marty wél een kamer in het luxe Ritz-hotel ‘geregeld’, en in een opportunistisch ‘zij-verhaaltje’ de aandacht getrokken van voormalig Hollywood-ster Kay Stone (Gwyneth – Shakespeare In Love, Avengers: Endgame – Paltrow). Zij is dan weer getrouwd met pennenmagnaat Rockwell (Kevin – Shark Tank (tv) – O’Leary), die best interesse heeft in het veroveren van de Aziatische markt en daarmee nieuwe mogelijkheden voor het volgende WK in Japan voor Marty opent. Maar dat is voor later ‘gehustle’…
Terug in New York blijkt Rachel zwanger, al blijft Marty kneiterlomp ontkennen dat hij de vader kán zijn. Zijn enige nieuwe doel: geld bij elkaar verzamelen om een boete af te betalen, zodat hij naar het WK in Tokio kan. En daarvoor moet veel wijken en komt ie – onder andere met z’n beste maat Wally (Tyler the Creator) – in nogal wat benarde situaties terecht. Maar alles voor dat ene doel, toch…?

Ongelooflijk gelaagd, rijk én (te?) herkenbaar
Er is zoveel te vertellen over deze film, dat deze recensie met gemak twee keer zo lang zou kunnen zijn. Qua details zit er echt zóveel in, maar laat ik me hier beperken tot m’n waardering in hoe goed alles is gezet in (het New York van) die tijd. En met een zelfvertrouwen waar je U tegen zegt. Zo maakt Marty – zelf een Joods karakter – ook een gruwelijk shockerende Auschwitz-grap tegen een paar journalisten. Iets dat hij zelf weer nuanceert door te stellen dat hij als succesvol sportende Jood dus ook Hitlers grootste nachtmerrie is. Ook inzake de Japanse deelnemer aan het toernooi en de Amerikaans-Japanse relaties (nog geen 8 jaar nadat Amerika atoombommen dropte op dat land!) voel je flink wat spanning die ik niet zomaar verwachtte, terwijl ik in het karakter van Kevin O’Leary logischerwijs ook een Trump-Epstein-link voelde. En dan komen bijvoorbeeld ook Abel Ferrara, zelf mogelijk NY’s meest onafhankelijk maker (denk King of New York en Bad Lieutenant), en Sandra – The King of Comedy – Bernhard nog in bijrolletjes voorbij, waarbij vooral Ferrara ‘eng cool’ is…
Waarom de film míj echter zo raakte, dat kan ik lastig vertellen zonder – SPOILER ALERT. Toen de aftiteling begon, vroeg ik me serieus af of Safdie nou bijna letterlijk verfilmd heeft wat ik wel eens stel over het krijgen van kinderen: over hoe fijn het lijkt dat je dan níet meer 100% met je eigen wensen bezig hoeft te (of kunt) zijn. Iets dat Marty tot aan het irritante aan toe dus wél is. Althans: tot net vóór dat allerlaatste shot van de film – EINDE SPOILER ALERT. En om dat persoonlijke dan nog wat intenser te maken: ik heb vaker aangegeven wel eens ‘last’ te hebben van films waarin het hoofdkarakter gewoon een eikel is. Hier is Marty een enorm narcistische klootzak (zo wordt ie ook een keer letterlijk genoemd), maar in combinatie met dat eindshot, schoot ineens door m’n hoofd: zou ik zulke films (denk hierbij zeker aan Ferrara’s Bad Lieutenant) niet helemaal trekken, omdat ik teveel van mezelf in zo’n irritant hoofdkarakter herken? Psychologisch gezien zou dat best logisch zijn (jouw ergernissen over anderen zeggen vaak/altijd iets over jezelf), maar het betekent dus ook dat ik nog tal van topfilms mag gaan ‘herzien’ met dit in m’n achterhoofd…
Cast & crew
Chalamet toont al jaren dat hij misschien wel de beste acteur van z’n generatie is, en hier speelt ie Marty wederom met zoveel ogenschijnlijk gemak, dat het bijna lullig aanvoelt voor andere acteurs. Kan me goed voorstellen dat hij in real life niet veel anders is (al doet z’n relatie met ‘simpleton‘ Kylie Jenner wat ‘platters’ vermoeden), en hij zou – na z’n Golden Globe – ook best de Oscar wel eens kunnen gaan winnen (al vond ik Leonardo denk ik net wat beter in OBAA). Odessa A’zion is inderdaad een heerlijke verrassing, waarbij ik even los moet laten dat ik haar Rachel net iets te ‘dienstbaar’ vond. Paltrow was ik een beetje uit het oog verloren als actrice (ik kan me enkel die Marvel-films herinneren), maar best passend bij haar rol voelt dit wel een beetje als comeback. Grappig nerd-feitje: Marty’s huid in de film is zo pokdalig (denk James Edward Olmos), dat ze Chalamet op de set huidverzorgingstips wilde geven, tot ze erachter kwam dat de producenten gewoon geweldige make-up-artists hadden ingehuurd. Verder kan ik nog wel meer acteurs benoemen, maar de enige die ik móet noemen is Géza Röhrig, die ooit een onuitwisbare indruk achterliet in een andere Oscar-film. Hier speelt ie het lijdend voorwerp van die Auschwitz-grap, die extra gelaagdheid krijgt als je weet dat hij inderdaad de hoofdrolspeler uit Son of Saul is.
Dit is de eerste film die Josh Safdie zonder z’n broer Bennie regisseert. Nu is Bennie zich volgens mij wat meer aan het toeleggen op acteren (hij zat bv. in Oppenheimer), terwijl Josh z’n eerste ‘grotere’ soloproject al had met Sandlers comedy special Love You. Maar na Good Time en Uncut Gems staat ie nu dus op eigen benen, en dat met zoveel zelfvertrouwen en gemak, dat ik alle praise voor hem wel begrijp. Dat hij daarna dus de waardig opvolger van makers als Scorsese en Ferrara is, dat bewijzen misschien ook al die mega-coole cameo’s wel. Zijn films zijn zo chaotisch-dynamisch als de stad waar ik zoveel van hou, en daardoor zit je als kijker dus continu je billen samen te knijpen, want je voelt continu dat er iets mis kán gaan in Marty’s leven (wat ook vrij veel gebeurt). M’n enige ‘kritiek’ op hem is mogelijk wel dat hij duidelijk geen sportman is, want hoe de spelers af en toe reageren tijdens tafeltennisrally’s, dat deed m’n wenkbrauwen een paar keer fronzen. En ook de manier waarop het balletje een paar keer wat rare bewegingen leek te maken, dat zag er zo “ai ai ai“-oproepend uit, dat ik naderhand een “Was dat ‘ai ai ai’ of AI?“-grapje probeerde… ;)
Final credits
Maar ja, als dat je enige kritiek op een film is, dan zit het wel snor. Overigens is het verhaal lichtelijk geïnspireerd op de werkelijk bestaande tafeltenniskampioen Marty Reisman, maar dat is verder niet zo van belang. Wat dat wel is, was dat perfecte eindshot in deze heerlijke ’tijdgeest-vanger’ van een film (of hoe noem je zulke films?).
En nee, niet zo extreem als Forrest Gump (al kon Forrest ook goed ping-pongen), maar het gaf de film ook nog zo’n fijne nostalgische gloed. En had ik al verteld dat films die zich zo IN New York afspelen altijd al een dikke streep voor hebben bij mij?
