Hamnet (2025)
Ik weet niet of ik met hogere verwachtingen een filmzaal in kon lopen dan bij de voorpremière van Hamnet, een dag nadat dit meesterwerk van Chloé – Nomadland, Eternals – Zhao de Golden Globe voor Beste Dramafilm had gewonnen. En waar zulke verwachtingen wel eens in de weg zitten, dacht ik daar hier vanaf het allereerste shot niet meer aan. Ik werd namelijk zó meegenomen in de subtiliteit van het verhaal, dat ik aan het eind moest concluderen dat ik nooit eerder zo vaak gehuild heb bij een film. Terwijl de film helemaal niet zielig ‘doet’, of dat het drama opzichtig wordt aangezet. Daarnaast blijkt de film – gebaseerd op een roman van Maggie O’Farrell – iets te onthullen wat me direct aan Sentimental Value deed denken. Maar dan mogelijk nóg mooier uitgevoerd, zeker als het historisch gezien ook nog zou kloppen. Of maakt dat eigenlijk niet zoveel uit..?
Het verhaal
Als kijker weten we na één minuut al de link tussen Hamnet en Hamlet, waarna die wat ‘luie nietsnut’/leraar Latijn (Paul – Aftersun, Gladiator II – Mescal) de klas uitstormt, omdat hij een stoere meid met valk op haar arm het bos uit ziet komen gelopen. Wij hebben de natuurreligie-aanhangende Agnes (Jessie – Men, I’m Thinking of Ending Things – Buckley) al iets eerder ‘ontmoet’, maar het is meteen duidelijk: deze twee ‘misfits‘ voelen zich direct gruwelijk tot elkaar aangetrokken. Zeker in het strenggelovige Engeland van eind 16e eeuw is zo’n meid – die door iemand aan te raken zijn/haar toekomst kan ‘zien’/voelen – best frowned upon, maar de jonge leraar raakt daardoor alleen maar geïntrigeerder. Na een eerste zoen is alles nog wat onwennig, maar nadat Agnes hem verteld heeft dat hij iets ‘groots’ in het verschiet heeft, consumeren ze als het ware hun prille liefde.
Omdat ze zwanger raakt, vragen ze haar pleegouders om toestemming, die ze uiteindelijk wél krijgen van Agnes broer Bartholomew (Joe – Kinds of Kindness, The Brutalist, Hamlet (!!) – Alwyn). Niet lang na Susanne’s geboorte (in het bos!!) blijkt Agnes weer zwanger, maar dan heeft manlief al werk gevonden in Londen, waardoor hij steeds afweziger is. ‘Gelukkig’ wil z’n moeder (Emily – Minority Report, Dune: Prophecy (tv) – Watson) wel helpen bij de bevalling, maar ze verbiedt Agnes om daarvoor wederom het bos in te gaan. Mogelijk maar beter als blijkt dat een tweeling ter wereld komt: Judith en Hamnet.
Papa’s bezoekjes zijn altijd gezellig, en pa draagt zoon Hamnet (Jacobi Jupe) op z’n zussen en moeder ten koste van alles te beschermen bij zijn afwezigheid. Langzaam begint papa/William – ongeveer op dit punt in de film wordt hij pas voor ’t eerst bij z’n wereldberoemde naam genoemd – steeds succesvoller te worden in het Londense theater, terwijl het land natuurlijk nog altijd wordt geteisterd door de pest (die van de 14e tot de 18e regelmatig z’n zwerige kop opstak). Waardoor Hamnet besluit om z’n vaders opdracht wel heel letterlijk te nemen, en het gezin uiteindelijk uit elkaar scheurt van verdriet…

Ook de Shakespeare’s waren net mensen…
Waar ik Joris Luyendijks titel/citaat al wilde gebruiken bij het Iraanse It Was Just an Accident, kan ik hier ook stellen: “Zelfs William S. was gewoon net een mens!” Ik vind het namelijk altijd geweldig om te zien, dat mensen die voor velen op een voetstuk staan (ook voor mij), uiteindelijk ook blijken te worstelen met zaken waar ‘wij’ ook mee worstelen. Zo las ik in American Philosophy ooit dat Socrates eigenlijk ook een best herkenbare drol was, die – net als deze drol hier – vooral bezig was met nadenken over hoe het ego werkt, en wat dat met jou als mens doet. Waardoor Socrates voor mij ineens niet die mysterieuze oer-filosoof bleef, maar mens werd. Iets dat hier exact vergelijkbaar gebeurt met de beroemdste toneelschrijver aller tijden: William Shakespeare. Overigens slim verteld vanuit het perspectief van zijn vrouw, want het is haar pijn en haar woede en haar verbazing aan het eind dat alles zo prachtig therapeutisch en louterend maakt. Maar dat gebeurt dus met een subtiliteit die werkelijk ongekend is. Waarom ik dat zeg: ik ‘schrok’ serieus bijna van de eerste keer dat m’n ogen begonnen te tranen (bij het moment van haar oerschreeuw bij de geboorte van haar eerste dochter), want de film is helemaal niet zielig en/of overdreven melodramatisch. Ja, er gebeuren in hun leven en de tijd van de Zwarte Dood genoeg dingen met dramatische-uitvergroot-potentie, maar door juist te focussen op vooral de menselijkheid van Agnes en Will, had ik helemaal niet door hoe geweldig ‘diep’ ik in de emotie van het verhaal gezogen werd. En ik moet eerlijk toegeven: ik weet niet of ik ooit ga begrijpen hoe Zhao dat geflikt heeft…
Crew & cast
Waarschijnlijk omdat zij natuurlijk één van de grootste regisseurs van deze tijd aan het worden is. Okay, na Nomadland leek ze alles weggegooid te hebben met het Marvel-uitstapje Eternals, maar ‘het algoritme’ heeft me in de afgelopen dagen veel interviews met haar voorgeschoteld (soms werkt dat algoritme wél redelijk goed :)), waarin ze zoveel wijsheid tentoonspreidt, dat mijn waardering voor de film alleen maar blijft groeien. Natuurlijk kiezen goede regisseurs ook de kledingstijl van de karakters in het verhaal, maar hoe die kleuren overeenkomen met bepaalde chakra’s, die dan weer staan voor bepaalde menselijke eigenschappen: wauw… De laatste keer dat ik het belang van kleur zo goed ‘voelde’ was – niet echt toevallig, gezien Zhao’s etniciteit – bij Zhang Yimou’s Hero. Daarnaast voel je aan ‘alles’ dat hier een maker met een visie aan het werk is. Een maker die ook goed begrijpt hoe kunst louterend kan (of moet?) werken. En dat dan ook nog weet te vangen in een prachtig verhaal over verlies en verwerking, en dat óók nog weet te mixen met misschien het beroemdste toneelstuk ooit. Wat bij mij een fantastisch mooi en ‘aanraakbaar’ gevoel veroorzaakte, dat me ook letterlijk dus ontroerend deed glimlachen om de schoonheid van de diersoort waartoe wij behoren. Echt bijna onvoorstelbaar…
Ik dacht dat Rose Byrne een easy guess was voor de Oscar voor Beste Vrouwelijke Hoofdrol (voor If I Had Legs I’d Kick You), maar ik denk dat ik zelfs teleurgesteld zou zijn, als Buckley deze niet voor haar neus weg graait. Alleen al vanwege een paar van die visceral schreeuwen van haar mag ze ‘m krijgen, maar als ik dan naar bovenstaande still kijk, dan grijpt die scène me ook weer op geweldige wijze bij m’n strot. En natuurlijk wordt ze daarin geweldig geholpen door haar regisseur, die exact weet wat ze wil vertellen, maar je moet het maar allemaal zó geloofwaardig kunnen spelen. Ja, daar heeft Mescal zeker ook een aandeel in, maar ergens wel ‘mooi’ om te zien dat zijn rol ook wel een dienende (b)lijkt. Hij speelt Shakespeare lekker vrijgevochten met zo’n kwajongensglimlach, die vooral van die puriteinse christenen tot waanzin kunnen drijven. Natuurlijk zorgt dat rebelse voor nog meer ‘filmkarakter-potentie’, maar ook zijn acteren kan ik niet los zien van de prachtige afwikkeling van het verhaal (waardoor hij eerder dus ook wat licht afwezig/’ongevoelig’ moest zijn)…
Final credits
En dan heb ik het dus nog niet gehad over wat zware Shakespeare-liefhebbers/kenners mogelijk nog meer uit de film kunnen halen. Ik vond het al vet, dat ik in een kort toneelstukje van de drie kinderen vrij duidelijk een voorloper van de drie heksen uit Macbeth zag, maar misschien zitten er zo nog wel meer zaadjes in voor werken die Shakespeare later zou gaan maken. Want dat Hamnet óók over de kracht van kunst als manier van verwerking gaat, dat is de reden dat de film ook perfect past in een aantal films die ik afgelopen maand zag. Waarmee ik vooral wil zeggen: als de historische setting je niet aanstaat, laat je weerstand daarvoor aub los, want de film heeft nu nog altijd meer dan voldoende urgentie.
En ja, de roman van Maggie O’Farrell, waarop deze magistrale film is gebaseerd, die zegt gebaseerd te zijn op feiten uit Shakespeare’s leven. Waardoor ik dus ook echt hoop dat het belangrijkste waargebeurd is (kunnen we dat ooit achterhalen?), want dan is het niet alleen vet om Shakespeare eens in gewone mensentaal te zien, maar dan blijkt één van zijn bekendste werken ook ongelooflijk prachtig persoonlijk…
