The Power of the Dog (2021)

The Power of the DogJane – The Piano – Campion speelt in The Power of the Dog wederom met onderdrukte (en daarmee frustrerende) emoties, en dat levert een in mijn hoofd steeds beter wordende ‘neo-western’ op, met Benedict Cumberbatch in een ogenschijnlijk schofterige klootzak-rol. Een zeer rustige vertelling, waarbij je continu wel een nare onderliggende spanning voelt, die uiteindelijk een werkelijk prachtige ‘verklaring’ krijgt. Al eindigt de film daar thematisch én plottechnisch niet mee…
Campion won voor haar regie de Zilveren Leeuw op het filmfestival van Venetië, al is zij niet het enige crewlid dat (terecht overigens) in de diverse prijzen viel. Want The Power of the Dog is onder meer een prachtig geschoten en rauw drama over toxic masculinity, homofobie en meer ‘lompe-mannengedrag’.

Het verhaal
De broers Phil (Cumberbatch) en George Burbank (Jesse Plemons) runnen een succesvolle ranch op het platteland van Montana in 1925. Phil is de stoere leider van het groepje cowboys dat een kudde koeien naar een markt vervoert, terwijl George meer op een schuchtere manager lijkt. Tijdens een stop bij het dichtstbijzijnde stadje met treinstation – Beech, Montana – eten en overnachten ze bij weduwe Rose (Kirsten Dunst), die haar pension runt met de hulp van haar nogal fragiele zoon Peter (Kodi Smit-McPhee).

Deze Peter is het ideale slachtoffer voor Phils ‘stoere’ (lees “homofobe”) opmerkingen, waarmee hij al z’n cowboys aan het lachen krijgt. Waar deze mannen zich van geen kwaad bewust lijken, merkt George hoe dit niet alleen Peter, maar ook z’n moeder raakt. Door een paar ietwat verwarrende tijdsprongen blijkt George’ troost de juiste aandacht van Rose te genereren, want niet veel later verrast George z’n broer met het feit dat hij getrouwd is.
Even later trekken Rose en Peter – die overigens ook ergens bij een hospita gaat wonen tijdens z’n studie – in op de Burbank-boerderij, waarbij je aan alles voelt dat dit geen veilige omgeving is voor zo’n gevoelige jongen…

The Power of the Dog-recensie: 'slow-burner' die tot 'arthouse-ontploffing' komt en daarmee een zeer sterk inzicht biedt in 'toxic masculinity'...

Kwaadmakend tegennatuurlijk
Het is natuurlijk vrij ‘makkelijk’ om – met de gevoeligheid van nu – terug te kijken op de lompheid van die stoeremannencultuur ten tijde van het wildere westen, en ons als kijkers dan kwaad te maken over hoe grof die tijd voor een ogenschijnlijk homoseksuele jongen als Peter moet zijn geweest. Toch gaat Campion daarin (gelukkig) een stuk dieper/verder dan ‘makkelijk’, want ze toont ook een zeer interessant (en mogelijk herkenbaar) inzicht in waar zulks lomp gedrag vandaan komt. Hier koppelt ze ook een ‘tegen de natuur ingaan’-thematiek aan, die als ‘natuur temmen’ natuurlijk vaker terugkomt in het western-genre. Maar hierdoor keek ik uiteindelijk ook anders aan tegen scènes waarin Phil bijvoorbeeld terloops (en superlomp in beeld gebracht) een jong stierenkalfje castreert, of hoe hij reageert als een stel passerende Indianen wat overgebleven huiden mee mochten nemen van Rose. Dat er onder Phils gedrag nogal wat pijn schuilgaat, dat voel je vooral ook in de jaloezie die hij uit, als hij George en Rose lief ziet (en hoort) doen tegen elkaar. SPOILER ALERT – Maar zodra je dus door begint te krijgen hoe de spreekwoordelijke vork écht in de steel zit, begin je je ook af te vragen, dat Phil z’n studie mogelijk wel afgebroken heeft, omdat hij op die universiteit mogelijk teveel met een seksualiteit in aanraking kwam, die hij (vanuit z’n opvoeding/cultuur/omgeving?) graag zoveel mogelijk onderdrukt. Zou hij als ‘tegenreactie’ daarom juist het meest mannelijke beroep hebben gekozen..?
En waar ik begrijp dat Campion dit zeer rauwe homoseksuele drama uiteindelijk om laat slaan naar een thriller – waarmee ze waarschijnlijk de fantasie van veel gediscrimineerde, mishandelde en/of onderdrukte homoseksuelen verbeeldt – was de film voor mij ook al geweldig geweest, als ze het puur bij het drama van die onderdrukte gevoelens had gehouden. Maar mogelijk praat ik nu teveel vanuit m’n ‘bevoorrechte’ positie van de heteroseksuele witte man… – EINDE SPOILER ALERT

Cast & crew
Benedict Cumberbatch, bekend geworden door z’n Sherlock-, Doctor Strange– en The Imitation Game-rollen, heeft hier z’n Amerikaanse The Mauritanian-accent nog wat sterker aangezet, en speelt dus zo overtuigend een lompe zak, dat ik wel wat moeite moest doen om daar ‘langsaf’ te kijken (om het even in goed Brabants te stellen ;)). Jesse Plemons’ rol is ietwat ondergeschikt, maar hij heeft wel een paar mooie, kleine ‘emo-scènes’ (zoals zijn reactie op Rose’ dansles). Maar dat hij nogal begenadigd is met een bak talent, dat bewees hij afgelopen jaar al snoeihard in bijvoorbeeld I’m Thinking of Ending Things en Judas and the Black Messiah, en eerder in zeer diverse rollen in onder andere The Master, Game Night, The Post en The Program (to name just a few). Dat ik even over wat ongeloof heen moest stappen over het feit dat Kirsten – Melancholia, On the Road, Midnight Special, Marie Antoinette – Dunst hier al een zoon in de leeftijd van Kodi – The Road, Let Me In – Smit-McPhee kon hebben, dat doet niets af aan haar mooie rol, waarin ze mogelijk wel wat terug kon vallen op haar ervaring in die Lars Von Trier-film. En Smit-McPhee (inderdaad, dat jochie uit The Road) gebruikt z’n wat vreemde uiterlijk hier behoorlijk functioneel, al wil ik daar verder niet al teveel over kwijt…
Volgens mij heb ik Campion hierboven al aardig in het zonnetje gezet. Nu maakt ze niet al teveel films (haar vorige – Bright Star – dateert van 2009), maar net als in The Piano (uit 1993) focuste ze zich vooral op de vrouwelijke psyche (denk aan The Portrait of a Lady, Holy Smoke en In the Cut (allemaal ‘pre-Filmofiel’, dus niet gerecenseerd)). En dan komt ze nu met een prachtige ‘analyse’ van waar lomp mannengedrag vandaan komt (of kan komen). Overigens zeer goed ondersteund door de prachtige beelden van cinematograaf Ari Wegner, die het de afgelopen jaren aardig druk gehad lijkt te hebben, met onder andere True History of the Kelly Gang, @zola en In Fabric. Oh ja, het verhaal is trouwens een verfilming van Thomas Savage’ roman met dezelfde titel. Campion vertaalde het boek zelf naar een scenario…

Final credits
The Power of the DogZoals de beste films laat The Power of the Dog – de titel is overigens een deel uit Psalm 22:20, over de macht/kracht van het ‘lagere’ gepeupel – je ook achter met vragen, zonder daarin te frustreren. Een teken dat de wereld, waar je zojuist getuige van was, buiten de film blijft ‘bestaan’ of zo? Want wie was die jeugdheld van de gebroeders Burbank, die Bronco Henry? En wat was George’ ervaring met hem? En waarom brak Phil inderdaad z’n studie aan Yale af..?
Nee, natuurlijk is dit geen simpele oproep voor een vervolg, maar ik wil vooral tonen dat mijn beleving van deze prachtige film dus niet eindigde toen de aftiteling begon. Net zoals het schrijven van deze recensie mijn beleving ook verder heeft versterkt.
Dus ja, zeker een aanrader, vooral voor arthouse-liefhebbers…

IMDb: https://www.imdb.com/title/tt10293406