Bohemian Rhapsody (2018)

23 november 2018

Bohemian RhapsodyNatuurlijk is Bohemian Rhapsody een must see voor alle Queen-fans, maar wat mij vooral opviel, was dat ik er door deze film juist weer achter kwam hoe enorm fan ik ooit was van deze band rondom Freddie Mercury (mogelijk hou ik daarom nog wel altijd van ‘uithaal-muziek’..?). Daarnaast wordt de casting van Rami – Mr. Robot, Buster’s Mal Heart – Malek als Mercury enkel overtroffen door de acteur die in de rol van Brian May kroop. En dat Maleks stem deels verantwoordelijk is voor de vocals in deze film zou al genoeg reden mogen zijn om ‘m te nomineren voor een Oscar, maar daarbij speelt ie de rol ook erg goed. En ook al begrijp ik wel waarom Sacha Baron Cohen uiteindelijk uit dit project stapte – er is in mijn ogen misschien ook wel voor iets te ‘veilig’ doch goed uitgewerkt drama gekozen – ik vond het vooral leuk dat er een mij onbekende ‘kwajongenssfeer’ om de band hing…

Het verhaal
Schijnbaar is er – for dramatic purposes – wat geschoven in de chronologie van het verhaal (vooral rondom Mercury’s bekendmaking dat hij ziek was, al claimde Elton John in een recent interview weer wat anders..?), maar dat vergeef ik de schrijvers wel. De film focust zich vrijwel volledig op Mercury’s verhaal, die in 1946 als Farrokh Bulsara werd geboren op Zanzibar. Z’n zoroastrische (voor)ouders waren India ooit ontvlucht voor dit prachtige eiland voor de kust van Tanzania, maar dit vertel ik eigenlijk vooral omdat ik ooit z’n geboortehuis bezocht heb daar…
De film begint als Freddie (Malek) nog als bagagegooier op Heathrow Airport werkt, waar z’n ambitie om teksten te schrijven al lichtjes doorsijpelt. Als hij in een lokale pub een bandje hoort spelen is hij direct verkocht, en als de zanger van die band toevallig net een stapje hoger denkt te moeten maken, komt er ruimte voor Freddie.

We springen een half jaar verder en de band – Smile geheten – timmert aardig aan de weg, maar heel succesvol zijn ze ook nog niet. Maar aan Freddie’s, Brian May’s (Gwilym Lee) en Roger Taylors (Ben – X-Men: Apocalypse – Hardy) ambitie ligt het niet, al moet Freddie z’n maten wel overtuigen dat ze hun busje moeten verkopen, als ze zelf hun eigen debuutplaat op willen nemen. Hun sound is zo vernieuwend dat ze al snel de aandacht van platengigant EMI trekken, en hun carrière neemt een vogelvlucht. Als ze echter – na een paar prachtige ‘creatie-scènes’ – met het nummer Bohemian Rhapsody bij EMI’s baas Ray Foster (Mike – ik geef toe dat ik ‘m serieus pas na een paar scènes herkende – Myers) aan komen, lacht hij ze eigenlijk een beetje uit. De band is eigenwijs genoeg om op te stappen bij EMI, ondanks dreigementen van Foster dat Queen (zoals ze dan inmiddels al heten) nooit meer ergens aan de bak zal komen. De rest is natuurlijk geschiedenis, en de film komt uiteindelijk natuurlijk uit bij het moment waarmee de film opende: het gigantische Live Aid-concert, waarop Queen een geweldige ‘comeback’ als band maakte. En natuurlijk heb je ondertussen ook al meegekregen hoe Freddie’s losbandige seksuele escapades hem tot één van de bekendste AIDS-slachtoffers maakte…

Bohemian Rhapsody-recensie: must-see voor fans, geweldige performances, iets te veilig gekozen verhaal..?

Te veilig of niet?
En terwijl ik dit typ, moet ik melden dat ik dus recentelijk pas las waarom Sacha Baron Cohen de rol van Mercury uiteindelijk afwees, en dat maakte me zojuist onverwacht ook wat cynisch. Cohen had namelijk een veel wildere film gewild, met veel meer focus op alle weirdness en eerdergenoemde escapades, maar de echte Brian May en Roger Taylor lieten dit liever achterwege, omdat ze het imago van de band intact wilden houden. En in dat licht valt me nu ineens op hoe sommige scènes inderdaad wat te makkelijk ‘goody two shoes‘ zijn, en dat maakt me lichtelijk wantrouwig in hoe ‘waar’ alles is wat je ziet. Maar aan de andere kant: laat dat weg en je kunt genieten van een mooi verhaal van een jongeman, die z’n eigen seksualiteit nog moest ontdekken (ik wist niet dat hij jarenlang getrouwd is geweest met een vrouw), en z’n flamboyance ook nogal botste met z’n strenger gelovige Parsi-ouders, en die dus in zeker één scène mij keihard raakte met z’n creatieve proces. Op dat moment in de film had ik overigens al een keer of tien aan Love & Mercy gedacht, dat prachtige verhaal over Brian Wilson en z’n ‘gekte’, en hoe hij deze inzette om als frontman van The Beach Boys mogelijk nog wel vernieuwender met muziek bezig te zijn, als dat Queen dat ooit was. En als je van ‘struggling artists’ houdt, dan is die John Cusack/Paul Dano-film toch wel een stuk indrukwekkender, om eerlijk te zijn…

Cast & crew
Maar dat maakt fans van Queen natuurlijk niks uit, en die zijn er waarschijnlijk ook meer dan fans van The Beach Boys, verwacht ik. Dus daarom: ga genieten van de hoofdrol van Rami Malek, die misschien wel wat te jeugdig blijft om Mercury ook in z’n 40’ies nog echt 100% geloofwaardig neer te zetten (zou daar m’n ‘kwajongens-gevoel’ ook deels door komen?). Ik ben vooral fan van hem geworden door de geweldige hacker-tv-serie Mr. Robot, maar hij was ook al ooit te zien als Ahkmenrah in Night at the Museum (1 en 2), in bijrolletjes in prachtige films als The Master, Ain’t Them Bodies Saints en Short Term 12, terwijl ik ‘m laatst nog zag in het wat Lynchiaanse Buster’s Mal Heart. En toen ik dus hoorde dat zijn stem gemixt is met die van Freddie-vertolker Marc Martel (raar dat op de soundtrack dan weer enkel authentieke Queen-muziek te horen is), toen steeg m’n waardering dus nog meer. Gwilym Lee kende ik nog totaal niet, maar ik dacht serieus af en toe naar (overigens veel te scherpe) echte beelden van Brian May te kijken. Verder zit de film vol met best grote namen in bijrollen, zoals Aidan – Littlefinger uit Game of Thrones – Gillen en Tom – Pirates of the Caribbean – Hollander.
Ik was wel verbaasd dat de regie in handen was van Bryan Singer, die ooit heel hard doorbrak met het geweldige The Usual Suspects, en niet alleen de eerste twee X-Men-films maakte, maar elf jaar na X2 ook Days of Future Past en eerdergenoemde Apocalypse maakte. Qua opbouw en dramatische spanning is er niks aan te merken op de film, en dat is natuurlijk Singers verdienste. Daarbij vond ik dus één scène erg indrukwekkend, waarin je enkel aan Maleks mimiek ziet dat hij iets zo prachtigs heeft verzonnen dat hij zichzelf tot tranen toe verbaasd; daar zit wel een ‘creatie-kennis’ in die mogelijk ook wel van Singer kan komen. Het scenario is overigens geschreven door de behoorlijk gearriveerde ‘waargebeurde-verhalen-naar-het-witte-doek-vertalers’ Anthony McCarten en Peter Morgan. McCarten schreef ook The Theory of Everything en Darkest Hour, terwijl Morgan o.a. Rush (over Formule 1-coureur James Hunt), The Queen, The Last King of Scotland en Frost/Nixon schreef, dus hun ervaring met het filmisch dramatiseren van waargebeurde feiten is nogal groot.

Final credits
Zonder iets aan Maleks performance af te doen had ik deze inderdaad graag gezien met Sacha Baron Cohen in de hoofdrol (hij lijkt er sowieso behoorlijk op), maar dan was deze film niet de crowdpleaser geworden die het nu is. Misschien wel een ‘betere’ film, maar dat kan mogelijk wat elitair klinken, en dat is niet de bedoeling, want ik heb echt wel keihard genoten van deze film. Hij bleef ook nog behoorlijk lang goed hangen, want toen ik gisteravond een muziekoptreden voorbij zag komen op TV, toen hoorde ik direct weer iemand denken: “Damn ja Filmofiel, begin eens gauw aan die enthousiaste recensie van Bohemian Rhapsody..!

IMDb: https://www.imdb.com/title/tt1727824

Reageer met je Facebook-account

Geef een reactie