Eojjeolsuga eobsda (a.k.a. No Other Choice – 2025)

No Other ChoiceOpvallend gebaseerd op een Amerikaans boek is No Other Choice al de tweede verfilming van dit ‘corporate thriller‘-verhaal (na Costa-Gravas’ Le couperet uit 2005). En nu ik achteraf dus weet dat Park – Oldboy, The Handmaiden – Chan-wook hiervoor Amerikaans bronmateriaal gebruikte, en daar een Koreaanse schaamte-gevoeligheid overheen goot, valt alles nog wat duidelijker op z’n plek. Terwijl ik eerder wilde stellen dat de maker van die lompe wraaktrilogie (Sympathy for Mr. Vengeance, Oldboy en Lady Vengeance) inmiddels wat genuanceerder en/of wijzer lijkt te zijn geworden.
Maar wat weten Koreanen toch op heerlijke wijze zwarte komedies te maken, want net als Oscarwinnaar Parasite hebben ook die vele snoeiharde thrillers en horrorfilms die ik uit dat land zag vaak wel zo’n duister komische ondertoon…

Het verhaal
Man-su (Lee – I Saw the Devil, G.I. Joe: The Rise of Cobra – Byung-hun) heeft een goede baan bij een Koreaanse papierfabriek, en daardoor ook het huis kunnen kopen waarin hij is opgegroeid. Daar woont ie met z’n vrouw Mi-ri (Son – A Moment to Remember – Ye-jin) en hun twee kinderen, waarvan er één uit Mi-ri’s eerdere relatie komt. Maar dan wordt het bedrijf overgenomen door een Amerikaanse investeerder, en vliegen er nogal wat mensen uit, inclusief Man-su. Maar hij belooft aan z’n vrouw en kids dat ie binnen drie maanden wel weer aan het werk zal zijn, maar dan ineens zijn we dertien maanden verder en werkt ie ergens in een winkel. Hij wil wel weer aan de slag bij een papierfabriek, maar op die sporadische baantjes jaagt natuurlijk half Seoul. Of in elk geval: veel van de oud-collega’s én concurrenten van Man-su, want automatisering zorgt voor nog heel wat meer ontslagen overal.

Als hij voor lul wordt gezet tijdens een sollicitatie en naderhand degene weer ziet lopen die hem zo vernederde, schiet het idee door Man-su’s hoofd om die gast maar eens per ongeluk een flinke plantenpot op z’n kop te laten vallen. Iets waarbij hij zich nog nét weet in te houden, maar het zaait wel wat ‘foute gedachten’ in z’n hoofd.
Zeker als ze hun huis dreigen te verliezen, Mi-ri zich ook ietwat aangetrokken lijkt te voelen tot haar tandartsbaas (ze is weer moeten gaan werken), en hun autistische dochtertje eigenlijk een dure cello-leraar nodig heeft, stijgt Man-su’s wanhoop tot behoorlijke hoogte. Wetende dat hij met z’n leeftijd zeker niet de meest perfecte kandidaat voor papierfabriekmanagersvacatures is, besluit hij iets vrij opmerkelijks: wat als hij de beste kandidaten/concurrenten eens probeert te achterhalen, om ze vervolgens een behoorlijk stevige hak te kunnen zetten..?

No Other Choice-recensie: lekkere duister-komische aanklacht tegen de 'ratrace', gebaseerd op een Amerikaans boek, maar van de maker van Oldboy en The Handmaiden!

Fuck or love the ratrace?
Natuurlijk is No Other Choice een aanklacht tegen het uitspelen van (top)talenten/mensen door het kapitalistische systeem, waarin degenen mét kapitaal schofterig de baas kunnen spelen. Ergens wel opvallend dat dit Amerikaanse boek dus (nog) niet door Amerikanen zelf verfilmd is, al denk ik dat de Koreaanse setting van de ene kant ook wel werkt. Door het aan dat welbekende Koreaanse schaamte-thema te koppelen, krijgt alles wat meer gewicht, waardoor de best vergaande acties van onze hoofdpersoon net wat minder absurd overkomen, als wanneer deze door een ‘vrijer’ persoon waren uitgevoerd. Wat ik bedoel: in de Koreaanse maatschappij lijkt zo’n verhaal nét wat geloofwaardiger dan in de Amerikaanse. En in elke ontmoeting die Man-su heeft met z’n ‘concurrenten’, voel je wel dat hij ‘moet’ twijfelen, want die andere mannen hebben ook allen hun eigen verhaal. Waarbij dus elke ‘afwikkeling’ ook weer een eigen verdiepend-scherpe laag heeft. En ook Mi-ri’s rol – ze lijkt heel wat meer door te hebben dan ze zelf ook denkt – maakt de film een stuk interessanter. Terwijl rollen als die van haar vaak juist als soort rationele reddingsboei voor ons worden ingezet. Hier redt ze echter weinig… ;)

Cast & crew
Natuurlijk herkent ‘iedereen’ Lee Byung-hun van zijn über-bad guy-rol uit de serie Squid Game. Daarin toonde hij al een coolheid die je normaliter vooral bij sommige Aziatische gangsters ziet, maar wat mogelijk ook de reden is dat hij vrij eenvoudig standhoudt in (simpele) Hollywoodfilms als G.I. Joe en (ik zie het nu pas) oh ja: hij zat ook al in die 2016-Magnificent Seven-remake! Oftewel: hij lijkt wel Zuid Korea’s ‘internationaal-meest-doorgebroken’ acteur. En doet ie hier dan een soort ‘Mads Mikkelsen’-tje: teruggaan naar je geboorteland en daar vooral in serieus goeie films spelen, terwijl je in Hollywood toch wat oppervlakkiger wordt gebruikt..?
Chan-wooks eerdere films, waaronder dus het geweldige Oldeuboi (a.k.a. Oldboy), zaten vol met onvergetelijke geweldsexplosies. Die gang-scène uit Oldboy zal mijn geheugen nooit meer verlaten, verwacht ik (en dat vind ik ook helemaal niet zo erg). Maar hier lijkt ie zich dus wat in te houden, waardoor ik initieel dus “de maker van die lompe wraaktrilogie is inmiddels wat genuanceerder en/of ouder” noteerde. Toen ik er echter achter kwam dat dit een boekverfilming was, en dan ook nog een Amerikaans boek, begreep ik wel dat er in het bronmateriaal al vrijwel zeker niet zulke lompe handelingen zaten, dus dat ze daarom ook niet op het witte doek te zien zijn. De schrijver van het basismateriaal, Donald E. Westlake, schreef onder de naam “Richard Stark” overigens ook het scenario van bijvoorbeeld Mel Gibsons Payback, maar langer geleden ook al dat van Stephen Frears’ The Grifters.

Final credits
No Other ChoiceAls jij uit deze namen ook concludeert dat No Other Choice daarom mogelijk geen ‘standaard’ Koreaanse film is, en daardoor mogelijk ook een bredere doelgroep zou kunnen aantrekken, dan zou je best wel eens gelijk kunnen hebben. Ik geef eerlijk toe dat ik het stoïcijnse van Man-su wat lastig kon plaatsen. Waardoor ik wel wil concluderen dat Chan-wook dan mogelijk wel wat ’toegankelijker’ en/of genuanceerder is geworden, maar ergens genoot ik harder van bijvoorbeeld die wraakfilms van hem. Ik kreeg bij deze film een beetje het gevoel alsof ik iets te duidelijk gewezen werd op hoe het een aanklacht tegen de corporate wereld is, maar dan wel gemaakt door iemand die in andere genres wat mij betreft meer indruk maakt.
Al was dat eindshot toch ook wel weer aardig cynisch…