Aangeraden door een vriendin die vertelde wel zes keer te hebben gehuild bij een film met in een grote bijrol Zach – The Hangover, Between Two Ferns – Galifianakis (ja, in één keer goed ;)), gemaakt door het regieduo achter het pijnlijke maar mooie Half Nelson, maar eigenlijk toch ook wel een beetje een grappig verhaal, zoals de titel doet vermoeden. En ja: ik vond het een zeer fijne en aangename ‘American indie’ over een suïcidale tiener die zich per ongeluk iets langer dan gepland laat opnemen op de psychiatrische afdeling van een ziekenhuis…

Aan het begin van de film zien we hoe Craig (een verrassend goede rol van de mij onbekende Keir Gilchrist) fantaseert/droomt over zelfmoord. Hij fietst over de Brooklyn Bridge, gooit z’n crossfiets op de grond en loopt over één van de dwarsbalken richting de rand van de brug, waaronder de East River op z’n lichaam wacht. Op het laatste moment lijkt hij echter gered te worden door de schreeuwerige stem van z’n zusje, en schrikt ie wakker. Of toch niet?
Okay, niet het meest vrolijke punt om een film mee te beginnen, maar de oprechtheid en het perfecte vermijden van melodrama zorgde ervoor dat ik direct goed in de film zat, en ook meteen zin had om van de film te gaan ‘genieten’.

Niet veel later zit Craig bij de Eerste Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis, omdat hij toch wel wat schrikt van z’n eigen gedachtes en fantasieën. De dienstdoende arts ziet eigenlijk niet echt een noodzaak om hem op te nemen, maar na een aardig betoog van Craig besluit hij toch aan z’n wens te voldoen en hem op te nemen. De manier waarop Craig hierop aanstuurt toont een groot deel van z’n naïviteit, maar daarmee ook direct een voorbode voor de rest van de film. En nu ik wil vertellen wat ik daarmee bedoel word ik niet zozeer tegengehouden door m’n angst om iets voor je te spoilen, maar meer door de angst dat je dan een te simplistisch beeld van deze film zult krijgen. Maar zoals ik al zei: regisseurs Anna Boden en Ryan Fleck weten zeer goed de balans te bewaren tussen drama en humor, en kiezen gelukkig nergens voor over-dramatisering.

De kracht van deze film wordt ook getoond door de manier waarop alle karakters in de film, hoe klein ook, goed zijn uitgewerkt. In een terloops shot zie je bv. iemand bij de telefoon zichzelf opmaken om te gaan bellen, en ondanks dat het slechts een zeer kleine bijrol is, dat karakter heeft wel z’n eigen kleine eigenaardigheden. In een film die met minder passie (en meer winstbejag/efficiënter) is gemaakt worden dit soort dingen vaak ‘vergeten’ of als misbaar geacht, maar dit soort kleine dingen zorgen er juist voor dat je – bewust of onbewust – voelt dat je als kijker ook serieus genomen wordt, omdat de situaties die je ziet reëler worden.

Zo zijn er nog tal van voorbeelden waaraan je de potentie en kracht van de filmmakers ziet, maar ik hoop dat je mij genoeg vertrouwt om me al te geloven. Ik vond It’s Kind of a Funny Story eigenlijk best een geweldige film, met zelfs een heerlijke muzikale fantasie die bijna té fout is. En ondanks het toch wel heftige gegeven is het nergens echt een zware film. Boden en Fleck hebben bewust voor een luchtigere aanpak gekozen dan bij Half Nelson, maar zijn ook niet gezwicht voor het uitbuiten van Galifianakis’ mainstream-potentie. En hoe ‘lame’ het ook mag klinken, It’s Kind of a Funny Story doet voor Galifianakis misschien wel wat Stranger Than Fiction voor Will Ferrell of Man on the Moon voor Jim Carrey deed: laten zien hoe geweldig het is om te zien dat een komiek ook een serieuze rol neer kan zetten.
Dat komedie sowieso één van de lastigere genres is om te maken (en te spelen) is mogelijk wat ‘obvious’, dus laat die opmerking maar achterwege Filmofiel…

Mijn advies: kijk en geniet van It’s Kind of a Funny Story. En ook al voelde ík nergens dat traantje opwellen, schijnbaar heeft de film ook díe potentie.

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt0804497

Reageer met je Facebook-account

1 Comment for this entry

  • John schreef:

    Hoe deze film je zes keer laat huilen is mij een raadsel, ik vond ’t juist een heerlijke feel-good film.
    Ik ben ook meer en meer fan van Zach met de rare achternaam aan het worden. Hij wordt natuurlijk altijd wel ‘kind of’ getypecast, maar speelt die rol wel altijd super!
    Maar eigenlijk is iedereen goed in deze film, zoals je al zegt, zelfs de kleinste rollen zijn echt goed neergezet.

    Toppertje!

Geef een reactie