Het is waarschijnlijk niet zo raar dat deze western bij z’n release nogal afgebrand werd, want regisseur Arthur – Bonnie & Clyde – Penn lijkt er nogal genoegen in te hebben geschept om juist te spelen met de heersende conventies. Daarnaast was het – door de aanwezigheid van Jack Nicholson en Marlon Brando – één van de most highly anticipated films van het jaar, gingen er talloze verhalen de ronde over de grilligheid van Brando op de set en werd er niet al te lichtzinnig omgesprongen met de paarden in de film.
Ik zag hem echter pas in 2013 en vond het een heerlijke ‘rel-film’, met ’n lekker scherp randje dat nu misschien ook nog wel relevanter is dan toen…

Het verhaal
Nicholson speelt paardendief Tom Logan, die het samen met z’n kompanen voorzien heeft op de paarden van de grote ranchhouder Braxton. Ten eerste omdat Braxton eigen rechter heeft gespeeld en één van Logans kompanen heeft opgehangen, maar zeker ook omdat hij ’n vrij appetijtelijke dochter heeft. Daarnaast is het een film uit de 70-ies hè, en toen ging met nog wel wat scherper in tegen het establishment. Dat hij met z’n eigenzinnige kwajongensuiterlijk sowieso al snel je sympathie wint maakt dit dus ook de perfecte rol voor Jack.

Braxton is echter ’n serieus kapitalist die z’n voorraad/omzet tegen vrijwel elke prijs wil beschermen, dus huurt hij premiejager Robert E. Lee Clayton (Brando) in. Al vanaf z’n komst is duidelijk dat Clayton er nogal aparte methodes en ’n apart voorkomen op nahoudt, dus dat het risico bestaat dat Braxton hem uiteindelijk helemaal niet onder controle zal kunnen houden, dat is direct wel duidelijk. Het is dat Clayton een nogal sadistisch genoegen schept in het doden van z’n slachtoffers, anders had ik de link met Brad Pitts karakter in Killing Them Softly nog wat duidelijker gevoeld.
Maar Clayton gaat dus achter Logan en z’n mannen aan, en alleen z’n onderzoeksmethode gaf me al ’n ongemakkelijk gevoel. Wat het metafysische hierachter is is me nog niet duidelijk, en ook niet waarom z’n naam begint met de naam van één van de grootste generaals uit de Amerikaanse Burgeroorlog, maar dat maakt de film voor mij alleen maar interessanter. Er is dus namelijk nog wel wat te ontdekken…

de twee acteerhelden op de set van The Missouri Breaks

Tegendraads
Maar The Missouri Breaks is dus ook één van de meest aparte en tegendraadse westerns die ik ooit gezien heb, want er worden nogal wat klassieke western-elementen letterlijk overhoop geschoten. Zo speelt Braxtons dochter helemaal geen willoos slachtoffer van de stoere held, maar is ze juist een zeer gewillige vrouw die onze held wat onzeker maakt. Daarbij wil outlaw Logan eigenlijk liever boer worden dan dat ie paardendief blijft en z’n posse is de vaak simplistisch neergezette Canadezen nu eens niet te slim af. Om het dan nog af te toppen met een regulator/premiejager die z’n conventionele über-mannelijkheid nogal ondermijnt door in enkele scènes in vrouwenkleding te verschijnen.
Inderdaad: ook de perfecte rol voor Brando dus..?

Verwachtingen
De reden dat de verwachtingen zo hooggespannen waren komt natuurlijk door de twee hoofdrolspelers. Het was niet alleen Brando’s eerste film sinds Last Tango in Paris en The Godfather, maar ook Nicholson was in de jaren ervoor nogal hard doorgebroken met One Flew Over the Cuckoo’s Nest, Professione: Reporter en Chinatown. Dat de verwachtingen hoog waren, dat was dus niet zo verwonderlijk. En dat men de film niet ‘begreep’ (juist vanwege die tegendraadsheid?) dus misschien ook niet. Mogelijk dat dit juist een film is die nu veel beter zou worden ontvangen. Bij mij deed ie het in elk geval erg goed…

Een reden daarvoor is dat ik er ’n bepaalde scherpte uit haal, wat overigens/natuurlijk wel mijn interpretatie is, want kun je het verhaal niet zien als metafoor voor het opkomende niets-ontziende kapitalisme dat zich boven de wet voelt staan? Braxton hangt paardendieven namelijk zonder enige vorm van proces op en huurt zelfs ’n soort van premiejager in om de daling van z’n voorraden/omzet te wreken. Zie daar dan ook de reden dat ik Killing Them Softly eerder aanhaalde…

Final credits
Naast ’t feit dat ik verwacht dat de film nu dus waarschijnlijk ’n stuk succesvoller zal zijn dan in het jaar van z’n release, biedt de film ook ’n mooi contrast tussen het behoorlijke in your face geweld, afgewisseld met de prachtige en best rustige widescreen beelden (denk ik nu aan Django Unchained?). Het wat ongemakkelijke gevoel dat dit oproept wordt nog wat versterkt door de af en toe behoorlijk verrassende score van John Williams en natuurlijk door Brando’s rol. Opvallend overigens dat Brando z’n meest aparte wapen in de film zelf ontworpen heeft…
Daarbij zie je in bijrollen overigens ook nog ’n jonge Randy Quaid, maar ook good ol’ Harry Dean Stanton. En zoals je hier rechts op de poster al ziet, “one dies“, maar de manier waarop dat gebeurt zal me nog lang bijblijven. Niet dat het enorm goor of bloederig is, maar juist omdat het zo heerlijk onverwacht komt…

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt0074906

Reageer met je Facebook-account

3 Comments for this entry

  • NohandsNL schreef:

    Zeker goed stuk, ik ken deze film niet en ga hem zeker opzoeken en bekijken, mijn nieuwschierigheid is gewekt!

  • Mooi stukje, en… prachtfilm! Maar als ik eerlijk ben, helemaal niet zo ondergewaardeerd of onbegrepen als ik in je recensie meen te proeven. Het was destijds geen commerciële hit, maar dat waren een hoop klassiekers juist niet. In het serieuze cinema-milieu is dit altijd een relevante film geweest. Heerlijke Penn-classic die deel uit maakt van de 70s canon van films over de individuele vrijheid vs. het kapitalistische, corrupte systeem, met Brando als de handlanger van dit verknipte systeem (vandaar de naamspeling). En naast het super duo Brando-Nicholson – overigens in het zelfde jaar als de beruchte DeNiro-Nicholson combo – ook beroemd om de sterfscène van een van de niet te noemen acteurs. 🙂

    Met name het verhaal erachter: Penn deed take na take met deze meesterlijke acteur, en was telkens ontevreden. De acteur speelde het te klein en te subtiel. Na een take of 10 werd Penn nogal kwaad en raakte enorm gefrustreerd, en schreeuwde – juist tegen deze acteur: "Can't you even give me a decent death scene..!" (iets in die trand) Waarop de acteur geïrriteerd reageerde met: "Oh, I bet you wanna see something like this…" en speelde een volledig over-the-top gorgelende dood-scène. De camera liep uiteraard niet, waarop Penn luid antwoordde: "Yessss, that's what I wanna see!" Uiteraard weigerde deze acteur dit te doen. Tijdens de montage ondervond Penn dat de acteur gelijk had, en het magistraal en verfijnd speelde – in levensgroot close up. Dit werd een van de meest legendarische death-scenes in cinema. Zeker ook een van mijn favorieten.

Geef een reactie