Intouchables (2011)

8 februari 2012

De tweede film in het PAC-festival was dan misschien helemaal geen echte ‘arthouse-film’, maar wel een zeer aangename, af en toe hilarische en mooie Franse speelfilm over een aristocraat met een dwarslaesie wiens nieuwe 24-uurs verzorger uit nogal onverwachte hoek komt: de banlieu. Mogelijk was het wat vergezocht geweest als de film niet gebaseerd was op ware feiten, maar juist daardoor vermaakte deze Franse superhit (met meer dan 15 miljoen bezoekers in de Franse bioscopen) mij meer dan behoorlijk. En waarom enkele Amerikaanse critici deze film als über-racistisch zien zegt waarschijnlijk meer over de manier waarop verschillende continenten anders omgaan met hun verleden en etnische verschillen…

Driss is een zwarte vrijgevochten kerel die net uit de gevangenis komt en een uitkering nodig heeft. Iedereen die ooit in de WW gezeten heeft zal kunnen beamen dat je soms wel eens ergens solliciteert, puur om aan je sollicitatieplicht te voldoen. Zo solliciteert Driss ook bij Philippe, de voormalig directeur van champagnemerk Pommery die na een paraglide-ongeluk alleen z’n hoofd nog kan bewegen. Driss wil alleen een handtekening op z’n afwijsbriefje, maar de eerlijkheid waarmee hij Philippe behandelt werkt direct ontwapenend. Philippe heeft namelijk enkel overbezorgde mensen om ‘m heen, en Driss heeft eigenlijk geen medelijden. En nogmaals: dat dat de reden is dat Philippe hem overhaalt voor hem te komen werken als verzorger zou in een verzonnen verhaal ‘way too corny’ zijn, maar soms is de waarheid inderdaad ongeloofwaardiger dan fictie.

De rest van de film ontspint zich ook weinig verrassend, maar de geweldige humor zorgt dat de tragiek ook beter werkt, en andersom. Als Driss Philippe’s baard afscheert maakt hij er bijvoorbeeld eerst een vieze Duitse pornosnor van, voordat hij ‘m op Salvador Dáli laat lijken, waarna hij eindigt met de meest bekende en beruchte Duitse snor. Natuurlijk is het lullig dat Philippe er niks aan kan doen, maar net zo goed hilarisch. En ik denk dat de grootste kracht van Intouchables is dat die balans erg goed gevonden is. Humor blijft het meest persoonlijke genre, maar als dit jouw humor is, dan zul jij ook smullen van deze film, verwacht ik. Misschien moet je deze film ook wel zien als de wat luchtigere versie van Julian Schnabels Le scaphandre et le papillon (The Diving Bell and the Butterfly), wat ook zo’n mooi verhaal was over een succevolle man die (na een beroerte) volledig afhankelijk was van hulp. Hij kon enkel nog z’n linker ooglid bewegen, en schreef samen met een verpleegkundige een boek doordat zij letters oplas en hij dan knipperde bij de letter die hij wilde gebruiken…

Dat de recensent van Variety Intouchables zo racistisch vindt en niet begrijpt waarom de Weinstein-broers de Amerikaanse distributie- en/of remakerechten hebben gekocht verbaasde me behoorlijk. Ik snap ook niet waarom ze de originele Arabische verzorger hebben vervangen door een Senegalees, maar om daar nu een racistisch motief achter te zien is wel erg kort door de bocht. Mogelijk dat komiek/acteur Omar Sy wel gewoon de beste auditie deed, en nogmaals: ik vond de balans in het verhaal – tussen lichte maatschappijkritiek en humor, en tussen de wereld van de straat en die van de rijke upperclass – mede door zijn acteerwerk fijn aanvoelen. De film zal zeker geen veranderingen in de verhoudingen bewerkstelligen, maar dat lijkt ook nergens het doel. Daarnaast is het samenspel met François Cluzet (als Philippe) ook overtuigend. En mochten de Weinsteintjes voor een eventuele remake nog een acteur voor de rol van Philippe zoeken, dan heb ik één naam voor ze: Dustin Hoffman. Check deze foto en zie wat ik bedoel.

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1675434

Reageer met je Facebook-account

8 Comments for this entry

Geef een reactie