Heart of the Beast (2026)
Nee, deze nieuwe Brad Pitt-survival-film is níet gebaseerd op een waargebeurd verhaal, iets wat ik de hele film wel lichtelijk dacht. De scenarist baseerde het verhaal op de liefde voor z’n eigen viervoeter, want dat Heart of the Beast een must see is voor hondenliefhebbers, dat is mijn eufemisme van de dag. Met prachtige beelden uit de Alaskaanse natuur, een wel herkenbare/invoelbare pure liefde voor een andere diersoort, maar uiteindelijk ook een film die wel past in David – End of Watch, (schrijver van) Training Day – Ayers oeuvre van staple Amerikaanse tough guy-archetype-films, waarin de held wel vaker op onverwachte wijze getoond wordt. Waarmee ik de film vooral zal blijven herinneren als ‘verzonnen natuurfilm’ met een aardige coole Brad Pitt in één van de twee hoofdrollen…
Het verhaal
Afgezwaaid groene baret James Belmont (Pitt) lijkt z’n PTSS te overwinnen door veelvuldig de groene wildernis van Alaska op te zoeken. Aan boord van z’n watervliegtuigje zit voormalig meevechter-in-de-oorlog herdershond Odin, die geen moment van zijn zijde wijkt en werkelijk perfect luistert. Althans: dat geen moment van z’n zijde wijken zal de hele film ergens in je achterhoofd blijven spoken, want de openingsscène stuurt de rest van de film wel naar iets onvermijdelijks…
Nadat ze ergens op een meer geland zijn, meren ze aan en zet James – als volleerd survivalist/special forces-gast – binnen twee seconden z’n tent op. ’s Nachts blijkt al dat vooral Odin ook last heeft van PTSS. De volgende dag worden ze verrast door de komst van kajakker Watkins (J.K. Simmons), waardoor we merken hoe mensenschuw vooral James lijkt te zijn geworden door alle ervaringen. Een paar Chimay (!!) verder bonden ze echter mooi, al is Watkins de volgende ochtend alweer vertrokken (zoals aangekondigd) voordat de zon is opgekomen. Hij waarschuwt nog wel voor een storm die eraan zit te komen, waardoor James ook besluit maar eens verder te vliegen.
Mogelijk heb jij bij dat instappen ook al gezien hoe James af en toe wat aan z’n linkerarm voelt, en als hij na een hartaanval tijdens het vliegen inderdaad met vliegtuig en al neerstort, zien we eerst Odin uit het Cessnaatje getrokken worden. Een wonderbaarlijke overleving van die crash later moet James niet alleen eerst op zoek naar z’n beste maat, maar moeten ze uiteindelijk ook de weg terug vinden naar de ehm… verharde weg…

Klein, maar (te?) groots in eindquote
Mogelijk moet hier een – SPOILER ALERT – want ik voel nu al dat deze film m’n geheugen betreedt als een minder diepgaande versie van Into the Wild. Al had het hoofdkarkater daarin een ogenschijnlijk veel fatalistischer intentie – EINDE SPOILER ALERT. Toch weet ik dat niet zeker, want het is aan de ene kant ‘slim’ om de innerlijke wereld van Pitts karakter ‘open’ te laten, maar ergens vind ik het ontbreken van iets van inzicht in het ontbreken van enige hechting – anders dan aan Odin – wel jammer. Of te ‘makkelijk’ of zo. Waardoor ik overigens wel de liefde van één van m’n beste vrienden voor honden erop kon plakken. Door een k – t-jeugd is zijn vertrouwen in het mensendier nogal beschadigd, terwijl hij z’n hele leven lang wel al onvoorwaardelijke liefde voelt van de honden om hem heen. En daar zit wel ergens een mooie, diepere link met Rupert Spira’s filosofie over het bestaan (in het kort: onze diepste basis is pure liefde, en daar omheen ontstaat – via gedachten, ervaringen, gevoelens – een persoonlijkheid die uiteindelijk voor velen verhult waar (of afleidt van) ‘we’ eigenlijk naar zoeken (liefde en rust); daarom voelt kwetsbaarheid zo intiem, mooie kunst zo ontroerend, en het contact met een ander dier (zonder al die denk-verhulling) zo puur en liefdevol).
Dus ja, voor honden- en dierenliefhebbers dus meer dan de moeite waard. Ik ben denk ik een ‘gemiddelde dierenvriend’, dus ik bleef mogelijk wel ietwat kritischer, hoe fijn herkenbaar het verhaal ook is opgezet. Waarbij ik naar het eind dus graag m’n glimlach best breed wilde opzetten, tot er met een citaat een link wordt gelegd met een kant van Amerika waar de Amerikaanse makers zelf logischerwijs minder kritisch op willen zijn. Maar dat (deels) ‘goedpraatzinnetje’ verstoorde mijn verder fijne beleving van de film wel, helaas…
Cast & crew
Qua cast kan ik het zeer kort houden. Want juist doordat de film zo ‘klein’ blijft, worden er twee keer zoveel honden gecredit die Odin ‘speelden’, dan dat er menselijke acteurs in de film zitten. Okay, die meid in het openingsshot kun je herkennen van de zes afleveringen van het Alaska-seizoen van True Detective (dat seizoen met Jodie Foster), maar eigenlijk hebben enkel J.K. Simmons en dus vooral Brad Pitt langer dan één dagdeel op de set doorgebracht. En J.K. dan ook enkel 24 of 36 uur, schat ik in. Waarin hij natuurlijk niks ‘fout’ doet in een best vette rol van alleenreizende avonturier. Maar de film draait logischerwijs om Pitts vertolking van een rugged dierenvriend, die het kameraadschap dat hem zo diende in gevechtssituaties nu enkel nog voelt bij Odin. Iets wat natuurlijk best veel lijkt op een vent die wat lastig contact maakt met mensen, en dat dan verbloemt met een ‘stoere houding’. Iets waar Pitt als Hollywoodster natuurlijk bovengemiddeld talent voor heeft :).
David Ayer maakt dus vaker films over dit soort types. Hij brak door met het scenario van de ultieme bad-cop-film Training Day. Na Harsh Times, Street Kings en End of Watch werkte hij eerder al met Pitt aan Fury, maar de laatste jaren leek hij wat afgegleden naar hypotheek-/alimentatie-werk, zoals de Statham-producten The Beekeeper en A Working Man. En zoals ik al zei: de vertelling doet een waargebeurd verhaal vermoeden, maar scenarist (en vooral music video-regisseur) Cameron Alexander haalde de inspiratie dus uit z’n eigen hondenliefde. Dan stel ik toch wat meer vragen bij bepaalde keuzes (die in een waargebeurd verhaal gewoon ‘moeten’, omdat ze waargebeurd zijn), al heeft hij een groot deel van z’n schrijfenergie mogelijk ook gespendeerd aan het goed checken bij het Amerikaanse leger hoe deze honden getraind en zo worden. Daarin lijkt de film namelijk best authentiek…
Final credits
Maar ja, door die overduidelijk patriottistische boodschap aan het eind, is het voor Amerikanen ook wel lichtelijk onmogelijk om kritiek te leveren op deze film. Ik liep uiteindelijk wel met een licht-cynisch gevoel de zaal uit, juist omdat het voor mij wel duidelijk is dat Amerikanen zulke verhalen nodig hebben om hun imperialistisch gedrag deels te rechtvaardigen.
Maaaaaaaaaaaar, dat is enkel de nasmaak door eigenlijk maar vijf seconden ‘filmtijd’. De rest van de tijd zat ik naar een soort Bear Grylls meets Into the Wild meets David Attenborough-natuurdocu te kijken, en dat is een stuk beter dan ongeveer 85% van wat er op televisie te zien is lately…
