Spotlight (2015)

Rustige diepgravende films over onderzoeksjournalistiek worden logischerwijs minder gemaakt, omdat dit soort journalistiek helaas ook langzaam aan het verdwijnen lijkt. Dat het onderwerp, waarnaar de journalisten onderzoek doen, helaas nog lang niet verdwenen is, dat geeft Spotlight niet alleen een enorme urgentie, maar toont ook het belang van gedegen en gebalanceerde journalistiek, iets wat in deze tijd van ‘instant meningen’ onder steeds meer druk komt te staan. Daarbij toont de film op goed subtiele maar dwingende manier hoe nog geen vijftien jaar geleden de scheiding tussen kerk en staat in een stad als Boston eigenlijk maar schijn was. En de verwevenheid van het geloof in de samenleving, en daarmee ook het ‘sociale gevaar’ dat de onderzoeksjournalisten liepen, wordt door de makers geweldig neergezet. Dat daarin de sensatie juist vermeden wordt is op zichzelf al bewonderenswaardig, maar dat het gehele verhaal zo ‘menselijk’ blijft, dat voelt ineens erg logisch aan als je net voor de aftiteling “written and directed by Tom McCarthy” op het scherm ziet verschijnen…

Het verhaal
McCarthy heeft namelijk het Pulitzer Price-winnende artikel van de Spotlight-afdeling van The Boston Globe uit 2002 omgezet naar een prachtig ingehouden film. Beginnend met een proloogscène, gezet in het Boston van 1976, waarin een priester door de aartsbisschop van Boston uit het lokale gevang wordt gehaald (na een gesprek met de moeder van een jongetje dat die priester misbruikt zou hebben), springt het verhaal naar 2001, waar het onderzoeksjournalistenteam van de lokale Globe bezig is met een waarschijnlijk niet zo interessant wordend artikel over de politie. Door de komst van de nieuwe hoofdredacteur Marty Baron (Liev Schreiber), die natuurlijk moet gaan knippen in het personeelsbestand en daardoor ook extra kritisch op de inhoud van de krant is, wordt het Spotlight-team vriendelijk gevraagd diepgaand in te gaan op een misbruikzaak die ze zelf ook altijd maar wat links hebben laten liggen.

Spotlight-recensie: 'ouderwets' goede film over onderzoek naar één van grofste schandalen uit de recente geschiedenis...

Robby (Michael Keaton) heeft als redacteur niet veel overtuigingskracht nodig om z’n Spotlight-team enthousiast te krijgen. Doordat we continu bij het perspectief van Mike Rezendes (Mark Ruffalo), Sacha Pfeiffer (Rachel McAdams) en Matt Carroll (Brian d’Arcy James) blijven, ontdekken wij als kijker ook steeds meer over de lompheid waarmee de katholieke kerk jarenlang (zo niet decennia- of eeuwenlang) misbruikende priesters de hand boven het hoofd hield. Maar net zo belangrijk toont McCarthy hoe de verwevenheid van de kerk (en z’n volgelingen) in een kenmerkende stad als Boston ervoor zorgt dat velen de spreekwoordelijke “goede Duitser” uithangen: mogelijk doordat ze ook niet wilden geloven dat een instituut, wat voor velen toch een houvast inzake normen & waarden was, zó rot kan zijn; mogelijk doordat de potentiële grootte van het probleem te overweldigend was, maar waarschijnlijk vooral omdat het hen zelf nooit overkomen is, en het dan makkelijker wegkijken is.

Onverwacht meeslepend
Naast de genuanceerdheid, die McCarthy zelf door de hele film verweven heeft, is het meest opmerkelijke mogelijk wel dat ik zo ‘fijn’ in het verhaal zat, dat ik als kijker op een gegeven moment flink wat achterdocht voelde. Zo van: “Wie is er uiteindelijk nou écht te vertrouwen?”. Daarnaast is de gecompliceerdheid van het verhaal niet alleen de reden dat ik nog vrij op de oppervlakte blijf in de twee alinea’s hierboven, maar die zorgde er ook voor dat ik zelf ook af en toe op het randje van begrijpen zat. Het is de verdienste van McCarthy dat hij dat goed aanvoelt, want door het balanceren op dat randje gingen mijn hersenen meer ‘meedenken’ met het verhaal, wat mijn betrokkenheid nog meer vergrootte. Nu was die betrokkenheid, als zoon van katholieke ouders met een katholieke opvoeding en zelfs een misdienaarsverleden, sowieso al wat groter, wat het volgende stuk mogelijk ook wat precair maakt. Uiteindelijk toont de film namelijk een cynisme dat je in andere instituten ook wel ziet, maar juist vanwege haar wat hautaine karakter, inzake wat goed en slecht zou zijn, zou de kerk dit soort misstanden toch juist keihard aan moeten pakken? Waarschijnlijk speelt het probleem echter al zo lang als het celibaat bestaat – werden vroeger homoseksuele jongens niet ook aangeraden naar de priesteropleiding te gaan, om schaamte voor de familie te voorkomen? – en is dit probleem eeuwenlang onder het tapijt geveegd. Eerst mogelijk met motieven die nog eens niet zo extreem zijn (“Het gebeurt toch in alle geledingen van de bevolking, dus helaas ook in de kerk, want dat zijn toch ook maar mensen?“), maar hoe meer zich dat opstapelt, hoe lomper het in z’n geheel wordt (goed getoond door Richard Jenkins’ uncredited telefoonstem als ex-priester-turned-schrijver Richard Sipe, die het over een “psychiatrisch fenomeen” heeft). En als seksueel misbruik nog niet erg genoeg is, toont de film ook dat de impact op de slachtoffers nog veel dieper ging, want zij hadden het gevoel bijna letterlijk tegen God in te gaan, als ze niet voldeden aan de wensen van zo’n rotte priester. Dat de slachtoffers zichzelf “overlevers” noemen wordt dan pas echt invoelbaar, want velen maakten een eind aan hun leven, juist omdat ook hun geloof zo hard weggenomen was…

Spotlight-recensie: mooie kijk in het rigoureuze werk dat onderzoeksjournalistiek heet...

Gebalanceerd en ingehouden
Het is erg verleidelijk om toe te geven aan sensatiezucht, als je zo’n film maakt. Dat doet McCarthy gelukkig nergens. Niet alleen inhoudelijk, maar ook in de vorm van de film zelf. Hier zit namelijk een terughoudendheid in die je in deze tijd niet echt meer verwacht. En toch is Spotlight, ondanks de vrij ‘rustige’ vertelling, ook een spannende en meeslepende film, waarschijnlijk juist vanwege de kleine menselijke elementen in de film, die zo kenmerkend zijn voor McCarthy (hij maakte eerder The Station Agent, The Visitor, Win Win en het overdreven verguisde The Cobbler). Door niet teveel zijlijntjes, maar wel net genoeg persoonlijke verhalen erin te verweven (o.a. over Pfeiffers nanna), blijft de film heerlijk soepel in balans. Mede geholpen doordat we bewust bij het perspectief van de journalisten blijven, waarin het spel van sensatie vs. ethiek zeker wel gespeeld wordt, waarin ego’s beter aan de kant gezet worden, wat natuurlijk niet altijd lukt. Hierdoor deed de film me wel wat aan het op dat vlak superieure The End of the Tour denken, maar die film heb ik in m’n recensie (en top 25 van 2015) al genoeg geprezen.
En om een invoelbare angst te verduidelijken: de film speelt zich ook af ten tijde van 9/11. Dit wordt vooral ingezet als ’tijdreferentie’, maar het liet bij mij dus de angst ontstaan dat die aanslagen mogelijk hun hele onderzoek zou ondermijnen; een angst die niet veel later in de film ook aangehaald wordt.

Cast
Eigenlijk heeft de film niet één hoofdrolspeler. Ik weet niet of Ruffalo’s rol, indien het een hoofdrol was geweest, een Oscarnominatie verdiend had, maar hij heeft er nu wel één te pakken voor Beste Mannelijke Bijrol. En die is zeker wel terecht, zeker ook omdat hij de originele Rezendes, met al z’n rare trekjes, ogenschijnlijk perfect neerzet. McAdams nominatie voor Beste Vrouwelijke Bijrol is begrijpelijk, maar ergens voelt dat ook aan als soort goedmakertje omdat er geen hoofdrolnominatie voor één van de (andere) acteurs mogelijk was. Maar zoals in alle films van McCarthy zijn de acteurs op hun best, wat mogelijk een gevolg is van het feit dat McCarthy z’n acteurs zelf veel van hun onderzoek laat doen, zodat ze ook écht in het karakter kunnen duiken. Daarnaast voert McCarthy een paar karakters op (vooral vrienden van Robby), die voor velen mogelijk ‘eng herkenbaar’ zijn. Zij laten zien dat het gezegde “evil flourishes when good men look away” nog altijd actueel is. Al verdienen mensen die van zoiets wegkijken in mijn ogen het bijvoeglijk naamwoord “goed” niet hoor, hoe genuanceerd McCarthy dat in deze film ook neerzet. Opvallendste rollen, naast die van Ruffalo, zijn er voor Stanley Tucci en Liev Schreiber, die beiden karakters neerzetten die makkelijk afgekraakt zouden kunnen worden, maar waarbij dat door een interessante gelaagdheid niet gebeurt.
Oh ja, nog een leuk weetje: de toenmalige adjunct-hoofdredacteur bij The Boston Globe (Ben Bradlee Jr., gespeeld door John – Mad Men, The Adjustment Bureau – Slattery) is de zoon van de man die de Washington Post mede leidde tijdens Watergate. In All the President’s Men gespeeld door Jason Robards…

Final credits
Het is niet raar dat Spotlight nu al naast All the President’s Men gezet wordt, want net zoals goede onderzoeksjournalistiek lijken ook zulke films steeds sporadischer te worden. Want ook al speelt de film zich ‘slechts’ vijftien jaar geleden af, het voelt bijna alsof dat de 70’ies van de vorige eeuw waren. Misschien wel omdat ik ook nog altijd niet 100% wil geloven dat er in dit millennium nog altijd zo’n enorm (seksueel) machtsmisbruik plaatsvindt in de westerse wereld waar nog altijd teveel mensen van wegkijken.
Hopelijk wordt deze film door velen gezien. Of zoals hoofdredacteur Baron in de film reageert op z’n baas’ bezorgdheid over het hoge percentage katholieken onder de lezers van de krant: “Ik denk dat zij het juist ook interessant zullen vinden.

IMDb: http://www.imdb.com/title/tt1895587

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *